weerschip Cumulus
Start Koopvaardij Kon.Marine Scheveningen Radio weerschip Cumulus Namenlijst Gastenboek Gastenboek Links Onze woning te koop

 

janfernhout@online.nl 

   Update: 8 jan. 2012.  Verhaal en foto's  van weervrouw Ineke Dorresteijn 1 reis a/b juni 1985.

In morse hoort u: TFA de PBVQ ARR ocean station Alpha K (Reykjavik Radio de Cumulus arriveert op ocean station Alpha. Over!)

 

ZIJ DIE VAN DE SONDE LEVEN   

MIJN VAARTIJD BIJ DE RIJKSLUCHTVAARTDIENST A/B VAN DE WEERSCHEPEN IN DE ATLANTISCHE OCEAAN

My service with the Dutch Civil Aeronautical Service on board weather ships in the Atlantic Ocean

by  radio operator Jan Fernhout  

janfernhout@online.nl 


28 december 1964 - 28 april 1965              1 april 1972 - 4 mei 1981

Varen bij de Rijksluchtvaartdienst? Luchtverkeersleiding vanaf een zeeschip? Dat klinkt vreemd, maar het bestond tientallen jaren. Onze RLD had twee zeeschepen, de CIRRUS en de CUMULUS. Namen van wolken, niet zomaar, want ons KNMI zat ook aan boord.

Sailing with the Civil Aeronautical Service? Air traffic control (ATC) on board a seagoing vessel? This sounds strange, but is was a fact during about 50 years. The Dutch ATC owned two ships, CIRRUS and CUMULUS. Cloud names, not just like that, for the Dutch Met Office was on board too. Great Britain provided ATC too with 4, Norway with 2 and France with 2 ships and they had a met office o/b as well. 

The title of this chapter "Zij die van de sonde leven", is a funny Dutch language interpretation of an old film about prostitutes in Hamburg "Zij die van de zonde leven", which means: They who live of sin.

Na de koopvaardij, gevolgd door de dienstplicht bij de Koninklijke Marine als korporaal-telegrafist met certificaat (KTC), begon ik op 28 december 1964 mijn eerste reis aan boord van het weerschip Cumulus.

After working in the merchant navy, followed by compulsory service with the Royal Dutch Navy as a corporal telegraph operator, certificated to (CTC), I started my first voyage on December 28th 1964 on board  the weather ship Cumulus.

 

Weerschip (ocean station vessel) CUMULUS (1963-1996)

Dit motorschip verving het s.s. Cumulus/PBVD en werd in 1962/1963 voor de Rijksluchtvaartdienst (RLD) gebouwd door Gebr. van der Werf in Deest bij Nijmegen. Ze leek op een parmantig c.q. charmant klein passagiersschip en is 33 jaren trouw in dienst geweest. Ze zag er door goed onderhoud en haar aantrekkelijke figuurtje nog als nieuw uit en haar hartje had door het vele drijven op de Noord-Atlantic natuurlijk veel minder draaiuren gemaakt dan die van een vrachtschip. Met het oog op orkanen waren haar ideale maten: 1974,22 brt, lengte 71,20 m, br. 12,50 m en diepgang 4.20 m. Ze bood gastvrijheid aan 52 personen. Ze werd voortgedreven door een Stork Werkspoor 4ew 6 cyl. 1400 pk diesel, goed voor 10-12 knopen (20 km/u) bij 350-370 omw/min. van haar schroefje. Op haar kontje stond als thuishaven Rijksluchtvaartdienst ’s-Gravenhage getatoeëerd en vanaf 1975 KNMI De Bilt. Ze werd in Rotterdam afgebouwd, omdat ze met haar ranke masten anders niet onder de diverse bruggen door kon. In 1998 werd ze omgebouwd tot Saudi superjacht Salem (verderop beschreven).

  ex Cumulus, now super yacht Salem

This charming motor vessel replaced the s.s. Cumulus/PBVD and was built in 1963 by Gebr. van der Werf shipyard in Deest near Nijmegen for the Dutch Civil Aviation Service (Air Traffic Control) and the Dutch Royal Meteorological Office (KNMI). Her ideal sizes were 1974,22 Gross Tonnage, length 71,20 meters, width 12,50 meters, and 4,20 meters draught. She offered hospitality to 52 persons. She was powered by a Stork Werkspoor (Neth.) 4ew 6 cyl. 1400 hp diesel, powerful  enough to reach 10-12 knots (350-370 rpm) by her little screw. At her little butt her home port 's-GRAVENHAGE (The Hague) was tattooed and from 1975 DE BILT. This nice ship looked like a small passenger vessel and she was in service during 33 years, still looked as good as new, due to good maintenance and 'make-up'. Her engine of course worked many hours less due drifting in the Atlantic compared to a merchant vessel. In 1998 she was rebuilt into private super yacht Salem (near the end of this chapter). 

Wolken Cirrus (Ci) en Cumulus (Cu) - Clouds Ci and Cu 

 

DE BOUW VAN DE NIEUWE CUMULUS IN DEEST BIJ NIJMEGEN (1962-63) - BUILDING THE NEW CUMULUS

 

  

De Waal bij Nijmegen. View on the river Waal near Nijmegen

(vergroten met een iPad), ontvangen van Kees Janssen, kleinzoon van dir. Gebr. van der Werf

 

 

                                                                  Marconist: "Zo, en dat noemen jullie lichtnet aansluiten??"

                                                                  Radio-officer: "So you call this connecting electrical power??"    

 

Foto Kees Janssen, kleinzoon dir. Gebr. van der Werf

 

 

8 en 9 april 1963, de proefvaart van de nieuwe Cumulus / PBVQ. The trial trip of the new Cumulus.

Testprogramma:

Het  programma van de proefvaart (vergroten met een iPad), ontv. van Kees Janssen, kleinzoon van de dir. Gebr. van de Werf. Hij mocht als jochie de proefvaart meemaken.

April 1963. Overdracht van de nieuwe Cumulus door dhr Otto van der Werf aan gezagvoerder Harm A. de Boer. Hand over to captain De Boer.

 

"De marconist kan erg goed met de Ouwe opschieten." "Sparks is very friendly to the captain."

De taak van de weerschepen was het doen van weerwaarnemingen, weerballonnen oplaten, oceanografisch onderzoek en het onderhouden van de communicatie met luchtverkeersleiding en vliegtuigen boven het stationsgebied op de oceaan. De exploitatie werd volgens een formule van ICAO betaald door alle luchtvaartmaatschappijen die over de Atlantic vlogen. De ex radio-officieren onder de lezers herinneren zich nog wel het gele boekwerk List of Special Services, waarin de radiobakens, de tijdseinstations, etc. waren opgenomen. Een hoofdstuk hierin was getiteld: Ocean Station Vessels. De Cumulus was dus zo'n OSV.

The task of the weather ships was doing weather observations, launching weather balloons, oceanographic survey and maintaining communications with oceanic air traffic control and air traffic over the station area. The exploitation was financed - according a rule of ICAO - by all airlines who crossed the Atlantic Ocean and the participating Ministries. Former radio officers among our readers will remember the yellow book List of Special Services, in which the radio beacons, time signal stations, etc were included. One chapter in this was titled: Ocean Station Vessels. The Cumulus was such an OSV.

Het lukte me dus op het nieuwe weerschip als R/O Communicatieambtenaar te worden aangesteld. De oude Cumulus, in dienst sinds 1950 (een omgebouwd fregat uit W.O. II), was naar de sloop gegaan. De Cirrus, eveneens een omgebouwd fregat uit de oorlog en eigenlijk ook al versleten, was het laatste Nederlandse zeeschip met triple expansiemachines (armen en benen). Ze ging op 6 augustus 1970 uit dienst met 163 reizen op haar naam.

So I managed to be appointed on board the new weather ship as a radio-officer/communications servant. The old Cumulus,  in service since 1950 (an adapted U.S. frigate from W.W.II), went to a demolition yard. The Cirrus, an adapted US frigate as well, and as you can say in the meantime really exhausted, was the last Dutch seagoing vessel with triple expansion engines. She was taken out of service on August 6th 1970 after having made 163 voyages.

Ik maakte in 1964/65 drie reizen en 1972/81 zevenenvijftig. Het beviel me best, ondanks de vele stormen en orkanen, die ik vergeleken bij mijn koopvaardijloopbaan bij elkaar nog niet in zo'n korte tijd had meegemaakt. Het salaris + de toeslag onregelmatige dienst + overwerk + de extra hoge toeslagen als zijnde 'ambtenaar op dienstreis' en de 15-21 dagen vakantie tussen elke 35-daagse reis, maakten alles goed. 

During the period 1964/65 I made three voyages and 1972/81 fiftyseven. I enjoyed it very much, despite many storms and hurricanes that I experienced in such short periods, compared to my merchant jobs all together.

 

THE NEW CUMULUS / PBVQ  (1963-1996)

Binnenlopen Hoek van Holland.          Entering New Waterway (Hook of Holland)

 

 

 

Korte historie van de weerschepen.

Al in 1921 werd de wens geuit een weerschip in de Atlantische Oceaan te stationeren, omdat de meteorologen in Europa vrijwel geen goede weersverwachtingen konden maken als er geen vooruitgeschoven post bestond. Tot 1936 waren het vrijwilligers op koopvaardij- en marineschepen die meteorologische waarnemingen deden en bij enkele Britse lijndiensten voeren ook meteowaarnemers mee. Toen de luchtvaart ook in het spel kwam werd het helemaal belangrijk gegevens over het weer beschikbaar te hebben. In 1937 kwam het eerste weerschip in de vaart, de Franse Calimare op 38N 44W. Daarna kwam Duitsland met twee schepen, een in de Zuid-Atlantic voor Lufthansa die daar een route had en een in de Noord-Atlantic, waarbij ook contact met vliegtuigen. Vooral in de Tweede Wereldoorlog werd deze dienst alsmaar belangrijker en werden meer schepen in de Atlantic gestationneerd. Na de oorlog werden koopvaardijschepen ingezet om onderweg weerrapporten te versturen. Echter een vaste plek was ook belangrijk en het oplaten van weerballonnen was gespecialiseerd werk. Ook op luchtvaartconferenties werd de noodzaak vastgelegd in 1946. Het resultaat was dat de luchtvaartorganisatie ICAO het gehele weerschepennetwerk zou opzetten in samenwerking met de meteorologische diensten.

Aan Europese zijde zegde een aantal landen toe mee te doen. Uiteindelijk werd definitief meegedaan door Noorwegen met twee schepen, Engeland met vier, Nederland met twee en Frankrijk met twee schepen. Nederland bracht 11 sept 1947 de s.s. Cirrus in de vaart, in 1950 de s.s. Cumulus (1) en in 1963 het m.s. Cumulus (2). De Rijksluchtvaartdienst (RLD) werd de verantwoordelijke exploitant en het KNMI verleende de meteorologische dienst aan boord. De RLD-thuishaven werd dus 's-Gravenhage. De marconisten waren van de RLD, de meteowaarnemers van het KNMI. Naast deze ambtenaren was de overige bemanning van de Rotterdamse rederij Van Nievelt Goudriaan & Co te Rotterdam, die de weerschepen naast haar grote koopvaardijvloot onder haar hoede nam.

Brief history of the weather ships

In 1921 the wish to operate a weather ship was expressed already. In Europe the meteorologists were not able to produce good weather forecasts, if there wouldn't be a station at far distance from land. Till 1936 weather reports were produced by volunteers on naval and merchant ships and even British liners accomodated professional met-men on their ships. When aviation became more and  more important it became more necessary to develop a network at sea. 1937 the first French weather ship Calimare was stationed at 38N 44W.  After this Germany joined with a ship in the North and South Atlantic, assisting Lufthansa aircraft on route to and from Argentina. After WW-2 merchant vessels joined, produced and sent weather reports. However a fixed position was important too and launching weather balloons with radio sonde was a specialised job. Also aviation conferences expressed the need in 1946. The result: ICAO would exploit the whole network at sea in cooperation with the meteorological centres.

In Europe a number of countries promised to join. Later on the following countries took part finally: Norway with two ships, Great Britain with four, The Netherlands with two and France with two ships. The Netherlands put into service: Sept 11th 1947 s.s. Cirrus. 1950 s.s. Cumulus (1) and 1963 m.v. Cumulus (2). The Dutch Rijksluchtvaartdienst (Civil Aeronautical Service) put her flag on the ships and the Dutch Met Office KNMI cooperated with its personell on board. The radio operators (ex Dutch merchant and ex Navy) were also from the Aeronautical Service. Apart from these civil servants, the usual ships crew were from the merchant shipping company Van Nievelt Goudriaan & Co, Rotterdam. In 1975 the home port 's-Gravenhage (The Hague) changed into De Bilt (Dutch Met Office KNMI).

 

 

 

The old Dutch weather ships s.s. Cumulus and s.s. Cirrus

 

CUMULUS / PBVD (1950-1963)

De oude Cumulus aan de Parkkade te Rotterdam. The old Cumulus in Rotterdam.

Op de romp staat (on the hull) : Rijksluchtvaartdienst - Civil Aeronautical Service       

                    

 

                                                                                                         

Old Cumulus

 

  

 

   

 

 

CIRRUS / PBVC  (1947-1970):

Cirrus aan de Parkkade in Rotterdam.

Schilderij van de Cirrus die arriveert aan de Parkkade - Painting of the Cirrus, which arrives at the Parkkade, Rotterdam:

Henk van de Veer http://www.arendnet.com/henkvdv2.htm

 

  

Haar laatste ligplaats bij de sloper.

Bye bye Cirrus

Toen de Cirrus werd afgevoerd, was het m.s. Cumulus het enige Nederlandse OSV. Er werd door V&W geen geld meer beschikbaar gesteld voor een nieuw schip. Ook de andere deelnemende landen voerden dezelfde policy. Frankrijk had twee moderne schepen in de vaart en in 1975 verving Noorwegen nog twee oudjes door de bouw van een nieuw schip, de Polarfront, dat als laatste weerschip dienst deed op de poolcirkel t/m 28 november 2009. Engeland voer met vier versleten schepen, die later nog eens vervangen werden door twee minder aftandse, gevolgd door een aangepast visserijfabrieksschip. Men dacht al rond 1970, dat het wel gauw afgelopen zou zijn met de weerschepen, mede door de weersatellieten die in opmars waren. Maar de satelliet kan nog steeds niet de weerballon vervangen. Nu is het tijdperk van de weerschepen (1947-1996) dan toch geschiedenis geworden.  Na vier maanden Cumulus (1964-65), kon ik op Scheveningen Radio PCH terecht. Daar werkte ik zeven jaren, om dan in 1972 toch weer terug te keren op het weerschip, gedurende negen jaren.

When the Cirrus was taken out of service in 1970 finally, the mv Cumulus became the only Dutch OSV. The Ministry of Transport did not make money available for a new ship. Also the other countries taking part, conducted the same policy. France had two modern ships in service and in 1975 Norway replaced the two old ones "Polarfront I" and "Polarfront II" by a brand new ship, "Polarfront", that served station Mike between Norway and Iceland until Nov 28th 2009. England sailed with four exhausted ships, who later on were replaced by two less worn out, followed by an adapted fishery/factory vessel. It was considered a possibility around 1970, that Europe might be finished with the weather ships, because weather satellites were operating already. But what a weather balloon has to measure daily still, satellites still can’t! Now the era of the weather ships (1947-1996) has become history finally. After four months serving on Cumulus (1964-65), I managed to be appointed to Scheveningen Radio PCH. There I served seven years, but returned to the weather ship in 1972 to serve with great pleasure until 1981.

 TV DOCUMENTAIRE

Over de laatste reis van de Cirrus is in 1970 door de NCRV, met reporter Jan van Hillo c.s., de documentaire 'Station Kilo standby' gemaakt, die 50 minuten duurt en die destijds tweemaal werd uitgezonden op tv. Zij vertrokken op 1 april met de Cirrus uit Rotterdam filmend en interviewend mee en stapten op 4 april bij het aflossen op Station Kilo over op de Cumulus, die op 8 april in Rotterdam terugkeerde. De vakkundige montage suggereert dat het een hele reis betreft, omdat alle werkzaamheden, zoals oceanografie (waarvoor onderweg de machine gestopt werd) en de postdropping door het marinevliegtuig (wat nep was bij Hoek van Holland) werden vastgelegd. Nu heb ik er een kopie van op video en dvd, maar toen ik de 35-mm film aan boord kreeg om aan de bemanning te vertonen, was er geen geluid bij. Dat schijnt tegenwoordig bij de omroep nog steeds gescheiden te zijn. Onze 35-mm projector was niet geschikt voor geluid apart. Maar toen de documentaire werd uitgezonden, was ik thuis en nam het geluid op met een bandrecorder, aangesloten op de luidspreker van de tv. Dus draaiden we de film en bandrecorder tegelijk, waarbij de band een ietsie pietsie sneller liep dan de film. Gelukkig, want ik hoefde alleen de tape heel even af te remmen met de vinger en dan liep het weer een tijdje synchroon. In werkelijkheid maakte de Cirrus haar laatste reis op 16 mei naar station India, ca 700 km ten westen van Schotland tot 17 juni 1970, maar omdat het weer daar stormachtig kan zijn werd waarschijnlijk voor een reis eerder gekozen: het zuidelijk gelegen station Kilo, 700 km west van Cabo Finisterre. Hierna heeft de Cumulus een tijdje reizen gemaakt op La Coruña en een tijdje op Bergen i.p.v. Rotterdam. De ambtenaren (RLD en KNMI) werden na 1 reis afgelost en de Nievelt crew telkens na 2 reizen, uiteraard per vliegtuig.

 

Filmbeeldje uit NCRV-docu "Station Kilo Standby." (1970)  From the documentary: Cumulus relieving Cirrus at station Kilo (45N 16W)

During the last voyage of the Cirrus (1970) Dutch Public TV made the 53 minutes TV documentary 'Station Kilo, stand by'. On April 1st they departed from Rotterdam o/b of the Cirrus, filming and interviewing, thence transferred to the Cumulus at the relief position Kilo (45N 16W). Then filming and interviewing during the voyage to Rotterdam. The result of the film suggests a complete voyage on station, but several duties such as oceanography were done with engine stopped and the mail drop by the navy patrol aircraft - normally on station - was faked near Hook of Holland.  I have a copy on video/dvd now, but when I got the 35-mm movie on board to show to the crew, there was no sound included. This seems to be separated in broadcast business nowadays still. Our 35-mm machine was not fitted with separate sound. But when the documentary was broadcasted, I was at home and I copied the sound with a tape recorder, connected to the  loudspeaker of the TV set. Thus, I played the movie and my recorder simultaneously, where the tape ran a teeny weenie faster than the film. Happily, all I needed to do was to put a brake with the finger tip very shortly on the tape and then the combination went smooth for a few minutes again. The real last voyage of the Cirrus was May 16th 1970 to station India (59N20W) until June 17th. Because of the chance of stormy weather at station India - 700 km W of Scotland - , the film crew preferred one voyage earlier, to the southerly station Kilo, 700 km W of Spain. After this the Cumulus sailed to and from La Coruña in Spain quite a while and to and from Bergen (Norway) also, instead of Rotterdam. The civil servants (radio and Metmen) were relieved every voyage and the company crew every two voyages.

                           

Foto Ate Reitsma (KNMI)

Grote mantelmeeuw en drieteenmeeuwen.

 

Noordzee grienden - Small whales in the North Sea.

 

Gezagvoerder Harm de Boer en 2e wtk Willem Gisius - Captain De Boer and 2nd Eng. Gisius

Harm en Willem hadden beiden een papegaai in hun hut. Die werden de eed afgenomen om geen onzedelijke taal te imiteren:

 

Kra! Ik verplicht mij tot geheimhouding van wat mij onbedoeld ter ore komt. Kra!

The captain and the 2nd eng both. had a parrot in their cabins. The birds were taken the oath and promise not to repeat dirty talks from experienced crew.

 

 

Stuurman Wim Armee schiet zonnetje met de sextant. Meteo PY kan het wel met de natte vinger.

First off. busy with the sextant and meteo PY can do it with his fingers.

Stuurhuis, 2e Stuurman Peter Teekens - Wheelhouse, 2nd off. Peter Teekens

Kaartenkamer - Chart room

    

Radio-off. Jan Fernhout

 

LICHTSCHIP OF WEERSCHIP?

Buitenstaanders verwarden weerschepen wel eens met lichtschepen. Lichtschepen bevinden zich in de buurt van de kust, meestal in een aanlooproute, hebben een vuurtoren aan dek en liggen zwaar verankerd. Weerschepen opereerden op de oceaan, zonder vuurtoren, maar wel met een langegolf radiobaken, ongeveer 900 km uit de kust. Zij verleenden informatie en radarassistentie bij de navigatie aan vliegtuigen m.b.v. de weerradar en verstrekten aan hen de door de weerballon gemeten temperaturen, windsnelheden en windrichting in hun luchtruim van zeeniveau tot 25-30 km boven de oceaan. En dus voorzagen ze ook de Europese meteorologische diensten van essentiële informatie voor de weersverwachting, verrichtten oceanografisch onderzoek en hielden een vogeljournaal bij. Soms voer een biostudent (vogelaar, plankton verzamelen) van Leiden mee. Een vogeljournaal bijhouden en plankton verzamelen deden we zelf ook. Omdat we ook een amateurzendmachtiging met de radioroepletters PI1LC/MM aan boord hadden, bereikten mij tijdens deze radiocontacten vaak de volgende vragen: "Liggen jullie voor anker?" Uiteraard kan een schip vanwege de oceaandiepte (1500-5000m) niet voor anker. Dus lagen we te drijven op wind en stroom en met behulp van langeafstandsnavigatie (toen nog LORAN-C) en natuurlijk het zonnetje schieten en stersbestekken, berekende men of het al weer nodig was om naar de juiste positie te varen, om daarna de machine weer uit te zetten en te gaan drijven, of langzaam te varen bij te veel wind. "Worden jullie met een heli afgelost?" Ook dat zou onmogelijk zijn, want een kleine duizend kilometer uit de kust is voor een heli onbereikbaar en bij slecht weer zou aflossen ook een groot probleem worden. Er was  ook geen helispot aan dek.

LIGHTVESSEL OR WEATHER SHIP?

Sometimes outsiders confused weather ships with lightvessels. Lightvessels are located in the vicinity of the coast, mostly in approach lanes, have a lighthouse on deck and are lying at heavy anchors. Weather ships were operating at the ocean, without a lighthouse but instead, with a longwave radio beacon, about 500 nm off the coast. They provided information and radar assistance to the navigation of air traffic with the weather radar and gave the measured temperatures, wind speed and wind direction from the balloon crossing their flightlevels four times a day. They provided essential information from sea surface to upper air (height 25-30 km) to the European meteorological centers, surveyed the ocean from the surface to the sea floor and kept bird records. Sometimes a bio-student (bird registration, collecting plankton) from the Leiden University sailed with us. As we had an amateur radio license as well, with call sign PI1LC/MM on board, the following questions reached me during these radio contacts: "Are you lying at anchor?" Of course a ship can’t go at anchor because the sea floor lies at a depth  of 1500 - 5000 meters, so we were drifting on wind and current. With help of long distance navigation (LORAN-C then) and of course shooting the sun and stars, we reckoned if it was necessary to sail to the right position. Then switching off the engine and go drifting, or sail slow ahead when wind speeds reached gale force 8. "Will you be relieved by a helicopter?" This also would be impossible, because with a distance of  little less than a thousand kilometers is unreachable and in bad weather relief would be a big problem. There wasn’t a helispot on deck either.

 

DE OCEAN STATIONS:

De weerschepen lagen op diverse stations:
1. Halverwege IJsland-Groenland 62.30N 35W, station Alpha/4YA tot juli 1975.
2. Halverwege Noorwegen-IJsland 66N 02O (Poolcirkel) station Mike/4YM, later C7M
3. 700 km WNW Finisterre 45N 16W, station Kilo/4YK.
4. 700 km W Schotland 59N 19W, station India/4YI,
5. 900 km W Ierland 52.30N 20W, station Juliett/4YJ
6. Stations I, J en K werden in 1975 vervangen door Lima/C7L op 57N20W en Romeo    C7R op 47N17W.
De nationaliteit 4Y was toegewezen aan ICAO en in 1975 C7 aan de WMO.

The weather ships were positioned at various places:

1. Halfway Iceland-Greenland 62.30N 35W, station Alpha/4YA till July 1975

2. Halfway Norway-Iceland 66N 02O (Arctic circle) station Mike/4YM, later C7M

3. 700 km WNW Finisterre 45N 16W, station Kilo/4YK. 1975 changed to 47N 17W callsign C7R

4. 700 km W Scotland 59N 19W, station India/4YI

5. 900 km W Ireland 52.30N 20W, station Juliett/4YJ

6. In  1975 stations I and were replaced by Lima/C7L at 57                               

The nationality 4Y was allocated to ICAO and 1975 C7 to the WMO.

Deze 'Europese' stations werden d.m.v. een aflosschema bezet door twee Nederlandse weerschepen, twee Franse, vier Engelse en twee Noorse schepen. Een rouleerschema werd voor telkens 1 ½ jaar samengesteld en wel zodanig dat elk schip tenminste eenmaal per twee jaar met Kerstmis thuis was. De Verenigde Staten hadden coastguard/weerschepen op 4YB, 4YC, 4YD in de westelijke helft van de Atlantische Oceaan. Zelfs in de Indische Oceaan had Nederland in 1949 een weerschip met de Maleise naam: Aer Mas wat Gouden Water betekent. De KLM moest toen eerst naar Mauritius vliegen en dan naar Batavia, omdat het  vanwege de politionele acties in Indië door diverse Aziatische landen in hun luchtruim geboycot werd. De piloten hadden veel baat bij het weerschip dat van 10 mei 1949 tot 30 juli 1949 in dienst was op 13.18Z en 82.29O

These 'European' stations were manned by means of a relief schedule by two Dutch weather ships, two French, four British and two Norwegian ships. A relief schedule was made every 18 months. Every ship should be at home at Christmas at least every two years. The U.S. had Coast Guard/weather ships at 4YB, 4YC, 4YD in the western half of the Atlantic Ocean. Even in the Indian Ocean during 1949, the Netherlands had a Dutch crew, Indonesian flag weather ship "Aer Mas", which means Golden Water. KLM flew Mauritius-Batavia (Djakarta) then, and was boycotted in airspace by a number of Asian countries, due to Dutch colonial actions in Indonesia. The pilots experienced  very good help and support through the weather ship which was stationed from May 10th 1949 till July 30th 1949 in position 13.18S 82.29E.

 

View from lifeboat nr. 4

 

FOREIGN WEATHER SHIPS - BUITENLANDSE WEERSCHEPEN

 

Our French friends

m.s. France II relieving Cumulus

 

Een van de twee Franse weerschepen France I - France II  -  One of the two French weather ships.

  

France I is now a "Musee Maritime de La Rochelle" and amateur radio station in the port of La Rochelle.

 

De Franse marconist in zijn domein. The French R/O QRL.

France II rebuilt into sailing yacht Legacy:

 

Our Norwegian friends:

s.s. Polarfront I, sister of

s.s. Polarfront II

 

The new m.s. Polarfront (1975) komt aflossen - approaching to relief:

 

Dit schip is uit dienst genomen op 28 nov. 2009 om 12.00 GMT. Out of service nov 28th 2009

 

Our British friends:

s.s. Weather Observer - s.s. Weather Monitor - s.s. Weather Advisor - s.s. Weather Surveyor. 

s.s. WEATHER OBSERVER komt aflossen. ... about to relieve.

Radio station s.s. WEATHER REPORTER

 

Starella en Cumulus lossen elkaar af  - Starella and Cumulus relieving at station Lima 57N20W

Elk schip lag 24 dagen op station en voor ons was de uit- en thuisreis 3-5 dagen. Tijdens de binnenligperiode was de Parkkade onze vaste plek, boven de Maastunnel. Veel Rotterdammers die daar een wandeling maakten zullen met herkenning zeggen: "O ja, de Cumúlus; was dat niet een lichtschip?" Jòh, dat heb ik pas uitgelegd. Na twee of drie weken thuis te zijn geweest, vertrokken we weer om een ander schip af te lossen. Het verlof tussen de reizen kwam niet overeen met het opgebouwde verlof van vier weekends op zee, wat dus minder was, maar de RLD maakte daar geen punt van. Wij (RLD), maakten vijf van de zes reizen per jaar en bleven dus elk ook nog een reis thuis voor vakantie.

Op 13.11.85 eindigde reis 169 van de Cumulus in Hull. Ze was aldaar voor £.1 per jaar overgedragen aan de Engelse weerdienst, die na de oude weerschepen Weather Advisor, Weather Monitor, Weather Observer, Weather Surveyor, Admiral Beaufort, en Admiral Fitzroy, nog korte tijd het aangepaste visserijschip Starella in dienst had. De naam Cumulus bleef gehandhaafd en de roepletters werden GACA. Engelse weerschepen zijn altijd omgebouwde fregatten uit WO2 geweest en dus was men daar bijzonder blij met de Cumulus, om daarmee de weerschependienst toch nog tien jaar comfortabel te kunnen voortzetten op station Lima op 57N20W, tot 6 juni 1996. Frankrijk was al gestopt met het m.s. France I en m.s. France II. 

Nov. 13th 1985 Cumulus' voyage nr. 169 ended in Hull. There she was hired  by the British Met Office for £.1 a year. The Cumulus kept her name but the home port I don’t know. The call sign became GACA. British weather ships were always frigates from WW II, so the crew was very pleased with the Cumulus in order to continue another 10 years in a more comfortable way of life at station Lima 57N20W, until June 6th 1996. France already closed the service with the mv France I and France II. 

 

2011           REÜNIE           2011

Vijfentwintig jaar na de laatste reis van de Cumulus onder KNMI-vlag werd op 26 mei 2011 bij het KNMI een reünie gehouden voor alle opvarenden van de Cirrus, de oude Cumulus en de nieuwe Cumulus. Dank zij het gastenboek van deze site was het mogelijk vele nog in leven zijnde oldtimers te bereiken voor de uitnodiging. Wie aanwezig waren toont onderstaande lijst.

In 2011, twentyfive years after the last voyage of Cumulus under Dutch flag all still known crew of Cirrus, old Cumulus and new Cumulus were invited to meet again at a reunion in the Dutch Metoffice KNMI. 62 crew were present.

Ook hier een ereplekje voor kapt. Harm de Boer. Juist hier wil ik niet onvermeld laten dat onze vaste en sympatieke gezagvoerder die 1957 - 1978 op de Cumulus voer, te Eibergen is overleden op 5 maart 2011. Hij was 88 jaar. Dit was kennelijk onbekend bij de reünie. Wie kent niet zijn papegaai, een grijze roodstaart, die altijd zei: "Nou, nou!" als het schip tijdens stormen een gemene haal maakte.

Op Harm's rouwkaart prijkt de margriet, het embleem dat hij en vele koopvaardij-officieren op de pet hebben, omdat H.K.H prinses Margriet nog altijd het petekind van de koopvaardij is. 

Aanwezig op de reünie:

Andriessen                                KNMI          waarnemer

W. Armee                                   NiGoCo     stuurman

B. Augustijn                                KNMI          waarnemer

H.Bakker                                    KNMI          waarnemer

H.A.M. Bartels                           NiGoCo     stuurman

A. Beets                                     KNMI          waarnemer

B.G.Ph. van den Berg               KNMI           ploegleider

H. Bergsma                               KNMI           waarnemer

M. van Binnendijk                      KNMI          fotograaf

G. Boog                                     KNMI          waarnemer

E. Bouws                                   KNMI          oceanograaf

R.E. Breemer                            KNMI          oceanograaf

J.C. Broeke                               KNMI          waarnemer, nu weerman Omroep Zeeland

V.C. Bruyn van Roozenburg    KNMI          waarnemer

C. van Burg                               NiGoCo     stuurman

E.H.C. Chavanu                        KNMI          waarnemer

J.G.F. Dingler                            KNMI          waarnemer

H.A.J. Donker                            KNMI          waarnemer

G. van Doorn                              KNMI          waarnemer

mw F.C.G. Dorresteijn              KNMI          waarnemer, ook Cumulus

H.J van den Ende                      KNMI          waarnemer

C. van Es                                    KNMI          waarnemer

J.A. Fernhout                              RLD           radiotelegrafist

H.B. Geist                                   KNMI          waarnemer

N.A. da Graca                            KNMI          waarnemer

R.M Griët                                    KNMI          oceanograaf en waarnemer

F.M.E.W. Haalmeijer                 KNMI          stuurman, later gezagvoerder Stena Lines.

S. van den Ham                          KNMI          chauffeur

N.A.A.M. Hoogveld                    KNMI          waarnemer

W. Jansen                                   KNMI          bibliothecaris

B.M. Kamp                                  KNMI          hoofd externe zaken

W.G. Koetse                               KNMI          waarnemer

F.C. Kroonenberg                      KNMI          waarnemer

J. Kuiper                                      KNMI          waarnemer

P.O. Lagerweij                            KNMI          waarnemer

S. Levens                                     RLD           radiotelegrafist

A. Maas                                        KNMI          waarnemer

W. Meerkerk                                NiGoCo     werktuigkundige

R.A. van Moerkerken                  KNMI          oceanograaf

M. Monsjou                                   KNMI          oceanograaf

J. Nipius                                        NiGoCo     stuurman, later inspecteur v.d Scheepvaart, ook Cumulus

G.J. Prangsma                             KNMI          oceanograaf

A. Reitsma                                    KNMI          waarnemer

B. van Riel                                     RLD           radiotechnicus 

J.E. Roest                                     KNMI          waarnemer

W.F. Rotgans                               KNMI          waarnemer

mw C. Ruiters                               KNMI          waarnemer, ook Cumulus

J.C. Severijnen                             RLD           radiotelegrafist

C.E. Smith                                     KNMI          waarnemer

R.P. Teesselink                             RLD           radiotelegrafist

C. Uythoven                                   KNMI          waarnemer

R.J.K. van der Velden                  KNMI          waarnemer

R.M. Verrips                                  KNMI          waarnemer

M.P.Visser                                     KNMI          waarnemer

C.W. van Vliet                                KNMI          waarnemer

P.IJ. de Vries                                 KNMI          ploegleider

A.A. de Vries                                 KNMI          waarnemer

G. Westra                                       KNMI          oceanograaf

H.B. Wilmink                                  NiGoCo     stuurman

P.W. Wittebol                                 KNMI          waarnemer

J.P.J. Witteman                              KNMI         waarnemer

 

 

ONS STEKKIE IN ROTTERDAM - OUR BIRTH BERTH IN ROTTERDAM

    

Airco Maastunnel (1940), ons plekkie - our berth                     Na elke reis ongeveer 2 a 3 weken op de tunnel aan de Parkkade 

Weather ship m.s Cumulus at her home berth - at low tide -  in the centre of Rotterdam (Parkkade).

Every ship spent 24 days on station and for us the outgoing and home going voyage took 3-5 days, depending weather and distance. During the stay in Rotterdam, the Parkkade (a street name) was our berth, above the river Maas tunnel. Many Rotterdam people who made a walk along the quay, will say recognizing: “O yeah, the Cumulus, wasn’t she a lightvessel?” Dummy, I just explained it all! After being three weeks at home, we left again to relieve an other ship. Three weeks off did not equal the built up free time during one voyage which consisted of four weekends at sea, which was only 8 or 10 working days, but the RLD saw no objections for its radio personnel. We (the radio dept) made five voyages out of six in one year, so every r/o stayed home for holidays during one voyage. Thus, a really ideal working condition compared to the merchant navy, where one voyage lasts three to nine months.

De kapitein, officieren en bemanning behoorden tot de rederij Van Nievelt Goudriaan & Co te Rotterdam, die naast haar eigen vloot, de Cirrus en Cumulus tegen een bepaalde vergoeding in beheer had. Het zou voor de Rijksluchtvaartdienst om praktische en logistieke redenen ondoenlijk zijn geweest zelf ook nog als rederij te opereren. Voor de ene Nieveltman waren de weerschepen een straf, voor de andere een sanatorium, waarmee je door het weinige werk heerlijk ontspannen de reizen maakte.

The master, officers and crew were employed by the shipping company Van Nievelt Goudiaan & Co in Rotterdam, who cared for the Cirrus and Cumulus, together with their own ships. They received a certain payment. For the Dutch Civil Aeronautical Service it would be impracticable to run a ship like a shipping company does. Some Nievelt crew members felt the weather ships were a punishment, others felt it was a health resort with which you could make pleasant relaxing voyages. 

De thuishaven van de weerschepen was 's-Gravenhage en sinds 1975 De Bilt. In internationaal verband voer men onder de vlag van de International Civil Aviation Organisation (ICAO), de organisatie die verantwoordelijk is voor de veiligheid in de luchtvaart en vanaf 1975 onder de WMO (World Meteorological Org.).   

The home port of the weather ships was the town of The Hague (Govt. Ministry of Transport) and since 1975 the village of De Bilt (where the Dutch Met Office is located). Internationally every weather ship sailed under UN/ICAO flag, the organization which is responsible for safety in air travel, and since 1975 under the flag of the UN/WMO.

 

HET RADIOSTATION A/B VAN DE CUMULUS

Voor leken nogal ingewikkeld, maar ik heb hier een paar leuke alternatieven: Scroll in http://krlmuseum.nl/Nieuwsover.htm naar "De Marconist" en geniet van dit prachtige lied van Wim Kerkhof met de Amazing Stroopwafels, zoon van een marconist. Zakdoek gereed houden. Voor wie dan tot roerens is geraakt, volgt nu de kennismaking met het morsealfabet. Dat is dan weer lachen: http://www.ham-radio.nl/algemeen/radiogein/rithmorse[1].mp3 

Marconisten hebben op schepen verschillende functienamen: radio-officier (R/O), Marc, radiotelegrafist, vonkenboer, wireless operator. Maar internationaal wordt hij aan boord aangesproken met de bijnaam Sparks. Deze naam dateert uit de tijd na 1900 toen de scheepszenders nog zichtbare tussen twee contacten knetterend overspringende vonken maakten tijdens het seinen met de seinsleutel. Vonken = sparks. Een bougie heet ook een sparkling plug. Sinds 1998 zijn er geen marconisten meer op schepen. Alles gaat nu via de satelliet. Morse wordt alleen nog door officiële radiozendamateurs wereldwijd in ere gehouden. Onder hen bevinden zich vele ex-marconisten.

THE RADIO STATION ON BOARD

This may be complicated to outsiders, but here I have a funny replacement to get acquainted to the Morse code:   http://www.ham-radio.nl/algemeen/radiogein/rithmorse[1].mp3 
Also there is a beautiful song in Dutch dedicated to the past profession of the ship's radio operator: http://krlmuseum.nl/Nieuwsover.htm  Scroll down to the song title De Marconist and press in the picture.

Ships radio operators are usually called by the nickname Sparks all over the world. This is related to history. After the 1900's the ships transmitters produced flashing sparks between two contacts in the transmitter while sending morse. As from 1998 there are no more radio operators on board ships. All is done via satellites. Morse is now only used bij official radio amateurs, who still love and honour this old worldwide way of communication. 

Linkse deel / Left part:

V.l.n.r.: ontvangers Philips BX925. Midden en onder: afstandbediening vaste zenders d.m.v. telefoonschijven.

  Left to right: 2 Philips rec BX925. Amidst: telephone dials for remote control most HF/MF transmitters.

  Below: volume knobs and switches for remote controlled receivers and VHF/UHF transmitters.

 

Rechtse deel van het radiostation, verbouwd / Right part of the radio station, modified:

 2 ontvangers R2000. Sailor ontv. middengolf.  2 zenders S1250 1,2 kW.  - 2 receivers R2000. MW receiver Sailor. 2 VFO SW transmitters S1250 1,2kW. 

Zijkant van het radiostation: A1/A3-zender 1.5 KW met VFO 2-30 MHZ. Erop: staandegolfmeter met afstandbediening naar antenne tuner elders op het schip.

Sidepart of the radiostation: Telegraphy/Telephony transmitter (VFO 2 - 30 MHZ). On top: standing wave monitor with remote control to antenna tuner elsewhere in the ship.

 

 

Hoe kan ik nou de weerkaart nemen als jij hier zo rond loopt te stampen.

How can I take the weather forecast when you are pounding around.

 

Het radiostation, dat naar luchtvaartgebruik Operationele ruimte heette en het grootste was die ik ooit heb meegemaakt, bevond zich op het hoofddek achter de midscheeps, negen meter breed en vier meter 'diep'. In een aparte zenderkamer achter de brug stonden 17 vastafgestemde LG/MG/KG/VHF/UHF-zenders in rekken opgesteld, die d.m.v. afstandbediening vanuit de operationele ruimte voor telegrafie en telefonie konden worden gebruikt. Vanuit de zenderkamer liepen 9 zendantennes voor LG-MG-KG omhoog. Ze hingen tussen de voormast boven de brug en de portaalmast ter hoogte van de midscheeps. Op de voormast 1 UHF-antenne, scheepsradar, marifoon en de regenmeter. Op de portaalmast 5 VHF-antennes voor de luchtvaart. Tussen de portaalmast en de achtermast hingen 5 ontvangantennes voor MG/KG, die achter de schoorsteen leidden naar de radiohut. Op het topdek van de salon stond een grote bus met rondom UHF-elementjes om de radiosonde van de weerballon op 403 MHZ te ontvangen. Op de achtermast zaten de anemometers, 1 horizontale en 1 verticale antenne uit de tijd dat een ouder type radiosonde nog tussen 27 en 30 MHZ werkte. Boven de behuizing op het achterschip (de vulhut en de meteokamers), stond de cardanisch opgestelde schotel van de weerradar, ook gebruikt voor vliegtuigen. Uit dit alles blijkt wel dat de Cumulus een heel antennepark aan boord had. Het leek dan ook meer op een spionageschip dan een weerschip.  

This radio station, in aviation called the operations room, was the largest I ever met on board ships. It was situated on the main deck behind the midships. Nine meters wide end 4 meters “deep”. A separate unmanned transmitter room behind the wheelhouse contained 17 fixed tuned LW/MW/SW/VHF/UHF/ and emergency transmitters, which could be activated by remote control (dialing) from the radio station to obtain telegraphy and telephony. On top of this transmitter room nine transmitting antennas were connected for LW-MW-SW. They hung between the foremast above the bridge and the middle masts. At the foremast 1 UHF antenna, ships radar, VHF and the pluviometer. Between the middle masts 5 VHF antennas for air traffic. Between the middle masts en the aft mast there were 5 receiving aerials for MW/SW, which led to the opr. radio station.. On the roof of the saloon there was a big round drum with UHF elements around, to receive the signals from the sonde of the weather balloon on 403 MHZ. At the aft mast were the anemometers. Also aerials from the time that the older English radio sonde operated between 27 and 30 MHZ, one horizontal and one vertical antenna. On the superstructure at the stern (the balloon filling shed and the Met office) there was the cardanic placed dish antenna of the weather radar, also used for air traffic. Out of all of this, it appears that the Cumulus had quite an assortment of  aerial equipment. She looked more like an  espionage ship than a weather ship.

In het radiostation twee werktafels met consoles, voor twee telegrafisten met elk dezelfde apparatuur: 2x BX925 per console, later 2 stuks vervangen door de R2000. In de consoles 6 telefoonschijven voor de afstandbediening met de  zenderkamer voor het gelijktijdig werken met meerdere vast afgestemde MG/KG-zenders, keuze: A1/A2/A3. Een rij schakelaars voor aan/uit MG/VHF/UHF/LG-bakenzender en 6 volumeregelaars van vaste ontvangers. Een intercom naar de brug en de meteo. Er stond ook een VFO-gestuurde A1/A3 1000 Watt-zender voor alle frequenties tussen 2 en 30 MHZ die niet vastafgestemd waren. De output van deze zender liep via coax naar een antennetuner in de zenderkamer en d.m.v. een staande-golf-meter zoals in gebruik bij zendamateurs, kon de tuner op afstand afgestemd worden. Voor de amateurzender leenden we deze antenne. Aan de kW-zender werden later, vanwege de invoering van SSB nog eens twee S1250 1,2 kW-zenders door RH toegevoegd en tevens geschikt gemaakt om ook met deze zenders buiten de scheepsbanden (meteo, KG-luchtvaart, amateur ...) te kunnen blijven werken. Tegelijk hiermee werd de installatie door RH uitgebreid met een Sailor vaste ontvanger voor 2182 en een Sailor voor de MG. In een kast stonden de 6 kristal-afgestemde ontvangers voor KG/VHF/UHF. Er was een bandrecorder en een ontvanger AR88 voor resp. muziek en omroep. Naast de radiohut was een werkplaats voor de radiotechnicus-R/O Remy v.d. Sande (PA0SAN) met de meest moderne meetapparatuur uit die tijd, zoals een buizentester, HF- en LF-generator, meetzender, oscilloscoop, digitale meetinstrumenten, frequentieteller enz. Allemaal spullen waarover je op een koopvaardijschip niet beschikte. Een waar paradijs voor de amateur.

In the radio station there were two opr tables with consoles for two operators with similar apparatus each: 2 Philips BX925 receivers in each console, later on 2 replaced by R2000 type. In the consoles 6 telephone dials for remote control to the transmitters room with which you could work more frequencies of the fixed tuned transmitters simultaneously A1/A2/A3. A series of switches for on/off MW/VHF/UHF/LW- beacon and 6 volume knobs of fixed tuned receivers. An intercom to the bridge and the met office.  Also there was a VFO A1/A3 1000W transmitter to operate on any frequency between 2 and 30 MHZ which wasn’t fixed-tuned. The output of this transmitter was led through coax to a antenna tuner in the transmitter room and by means of a “standing wave monitor” like used by amateur radio the tuner could be steered. For my amateur transmitter I borrowed this tuner and aerial. Later on, because of the introduction of SSB,  two new SSB 1,2 kW, were added and made suitable to send outside the maritime bands as well, such as meteo frequencies, aircraft in SW, amateur radio ...  At the same time each station got a Sailor fixed freq. for 2182 kHz (emergency freq.) for ships with telephone only. In a case there were 6 crystal tuned receivers for SW/VHF/UHF. There was a tape recorder and a receiver RCA AR88 to provide music and broadcast. Next to the radio station there was a workroom for the radiotechnician/radio-off. Remy v.d. Sande (PA0SAN) with the most modern measure instruments of those times, like a tube tester, HF en LF generator measure transmitter, oscilloscope, digital measure instruments, frequency counter, etc. All kinds of stuff which did not exist in the radio room of a merchant ship. Really a paradise for an amateur.  

De zenderkamer (afstandbediening) 17 zenders - Transmitters room (remote controlled) - 17 transmitters

                 Antennepark Cumulus - tekening van/drawing by radio-off. Arie van de Ruit. 

Antennas: on the middle mast VHF air traffic, aft mast sonde and aft weather/aircraft radar

 

HET AANTAL TELEGRAFISTEN

Doordat naast het openbaar radioverkeer, ook het verzenden van meteorologische en oceanografische gegevens naar de wal en het contact met de vliegtuigen moest plaatsvinden, werd in tegenstelling tot de radiodienst op vrachtschepen, met meerdere radio-officieren (Rijksluchtvaartdienst) en een technicus-R/O van de Rijksluchtvaartdienst (RLD) wacht gelopen. Op de stations I en J  waren we met 8 man en op de overige met 3-5. 

Toen de Cirrus in 1970 uit de vaart werd genomen stapten enkele telegrafisten over op de Cumulus. Anderen kozen voor een baan aan de wal, zoals Ronald Teesselink die zijn vader opvolgde als directeur van een bejaardentehuis. Cees van Culenborg werd geplaatst als assistent luchtverkeersleider op Rotterdam. Cees van der Bijl - ex Cirrus - werd ass. luchtverkeersleider op Schiphol en Willem Kraal, die eerder ook nog bij de koopvaardij (Radio-Holland) had gevaren, werd ass. luchtverkeersleider, later luchtverkeersleider en chef verkeersleider op Tower/Approach, Schiphol. Jan Severijnen ging naar Eurocontrol in Brussel.

 

THE NUMBER OF RADIO OPERATORS

As there was so much traffic: public radio, sending meteorological and oceanographic data and the radio contacts with aircraft, there were more than one radio officer of the Civil Aeronautical Service, plus a technician on board. On stations India and Juliet we had 8 and on the other stations 3-5 radio operators.

DE METEO

Het KNMI had drie groepen van zeven waarnemers van de radiosondedienst ter beschikking, dus een groep per reis, 'de natte ploeg' geheten. Vierentwintig uur per dag deden ze - net als in De Bilt - elk uur weerwaarnemingen (het OBS), dat uitgebreider was dan dat van koopvaardijschepen en lieten viermaal per dag, om 00, 06, 12 en 18 uur GMT de weerballon met sonde op. Dit gebeurt over heel de wereld op hetzelfde tijdstip, zodat de meteorologen van de laatste gegevens op diverse hoogteniveau's een weerkaart kunnen maken. De sonde- en weerrapporten werden aan boord aangeboden aan de dienstdoende marconist die ze naar Bracknell Meteo in Engeland met de seinsleutel doorseinde. Bracknell verspreidde ze dan over het continent. 

KNMI supplied three groups of seven observers, thus one group every voyage, "the wet crew" among the shore crew. Twentyfour hours a day they did - like ashore - hourly observations (the OBS), which was more extensive than those of merchant ships. They launched - like ashore - four times a day the weather balloons with radiosonde at 00 and 12 GMT and without sonde at 06 and 18 GMT. The last two to measure windspeed en wind direction only. Launching balloons happens at the same time all over the world. On board we sent these reports to Bracknell/GFT by morse. Bracknell sent them to all the met offices on the continent.

Het KNMI-'gebouw' op het achterdek. The 'Metoffice' on the aft deck.

Binnen: Geurt van Doorn noteert de waargenomen observaties en metingen.

Het uitzicht:    View from the 'Metoffice':

In deze post bevindt zich ook alle elektronische meetapparatuur zoals voor de windmetingen. Windgrafieken op een recorder, barometer,  barograaf, thermometers. De anemometers (wind) bevinden zich bovenop de achtermast. De thermometers in kastjes elders op het schip. De regenmeter hangt in de voormast. Het aantal uren zon wordt gemeten met een glazen bol die een spoor brandt op een papierstrook.

In this post all electronic devices are mounted, such as barometers, barograph and thermometers and wind measurements. Windspeed is shown on graphic paper. The anemometers are mounted on top of the aft mast. The pluviometer in the fore mast. The number of sun hours is measured with a glass bulb which burns a trace on paper.

 

De windmeters:

    

De barometer:

De digitale aneroide barometer 900-1050 mB. Leest tienden mB. Reading tenths of a MBar.

 

DE WEERRADAR - THE WEATHER RADAR

Deze bevond zich achter de meteo op het dak van de vulhut. Hij werd ook gebruikt door de marconisten als die een vliegtuig 'aan de lijn' hadden.

The weather radar was situated on top of the filling shed for the balloons. It was also used by the radio-officers when they had to locate an aircraft.

   

 

 

                                                                              DE WEERBALLON

De ballon werd gevuld met waterstofgas, het goedkoopste gas, maar wel zeer explosief. Dus NIET ROKEN was het devies. Waterstofgas werd in 1766 ontdekt door Cavendish. Op de volgende foto sluit Cock van Vliet de ballon aan op het vulstuk en pas als de ballon een gewicht van 3 kg (?) kan optrekken is het vullen gereed.

The weather balloon was filled with hydrogen gas, the cheapest gas, but very explosive. So DON'T SMOKE! Hydrogen was discovered by Cavendish in 1766. The next picture shows the filling of the balloon. When it can lift up 3 kg it is ready to launch.

 

          Cock - what's in a name - Van Vliet preparing the balloon. He joined a meteorological Antarctic expedition too during 1966

Op de onderstaande foto's is de ballon gereed, wordt dichtgeknoopt en en de radiosonde eraan vastgemaakt. U ziet verderop ook de radarreflector klaar liggen, daarover verderop in het verhaal.

 Cock van Vliet - Herman Donker

                                                                 

    

Bert Augustijn, Herman Donker, Walter Schuurmans Stekhoven

Notice the radar reflector on the floor.

 

      

Bert de Vries is erg trots op z'n eerste ballon.              Bert blijft lachen ...                               Had u trouwens Berts hut al gezien?

Metman Bert is very proud with his first balloon.                Bert keeps smiling ...                          Beauties welcomed Bert on his 1st voyage

 

  

Jos Broeke, nu weerman Omroep Zeeland                          Ate Reitsma en Willem Koetse           

Dit is alleen voor de foto. Links: Richard Rothe. Rob Griët. Rechts: Bert de Vries.

Applaus voor de ballonoplaters Ymke Hoogenhuis, Frank Kroonenberg *, Victor Bruyn van Rozenburg, vooraan: Jan Roest.

*Frank, Jacob Kuiper en Bert Beets staan nu ook sinds juni 2009 als poppetje in Madurodam op het pleintje bij de KNMI-radartoren !!!

  

Overigens dreef het schip dwars op de wind, dus echt windvrij was de vulhut op het achterschip niet. Daarom moest er met de kop op de wind gevaren worden bij meer dan 10 knopen wind (20 km/u) om problemen met de ballon te voorkomen. De machinekamer werd gewaarschuwd en het schip voer dan even tegen de wind in.

The Cumulus always drifted with the wind at portside, so the filling shed wasn't really windfree. That's why the ship should keep her head on the wind when wind speed exceeded 10 knots to avoid problems with the balloon. The engine room was standby and we sailed with the winds ahead during a short time.

MEESTER!! ...WE MOETEN VAREN VOOR DE BALLON!!!        Hij hoort het niet, hè.

ENGINEER!!! ... WE NEED THE ENGINES FOR THE BALLOON!!!  

 

Achteraan: meteo Paul Lekransy: als dat maar goed gaat...

   
 

Diverse situaties konden zich voordoen. Afhankelijk van het weer en de wind. Hier diverse plaatjes van lanceringen.

 

Wie?           Niets aan de hand.                                          Arie Pomstra met de ballon - Stevige wind.

Hendrik Snip en Pieter IJsbrand de Vries.

             

Ymke Hoogenhuis

 

                                        

                                 De achtermast met de windmeters, de sprietantennes voor de sonde en de radar.

 

De radar gericht op de ballon.

Direct na de lancering werd de ballon 'ingevangen' op de weerradar. Dit is handmatig de richting en de hoogte vinden en daarna op automatisch zetten. Dat betekent dat de cardanisch opgehangen schotel, onafhankelijk van de bewegingen van het schip, de ballon blijft volgen. Zelfs bij orkanen was dat geen probleem. Het 'invangen' van een vliegtuig dat zich bij de telegrafist gemeld had, gebeurde door hem dus ook handmatig. Deze service kon uiteraard niet plaatsvinden als de ballon nog onderweg was.

N.b. Het systeem van de cardanische ophanging is uitgevonden door de Italiaanse wiskundige, geneeskundige en filosoof Cardano († 1576), waarbij het kompas tussen twee ringen wordt opgehangen en daardoor de horizontale stand behoudt, ondanks de bewegingen van het schip.

                                  

 

THE METOFFICE CREW

The Dutch Met office had three groups of observers available, thus one group each voyage, so called “the wet shift”. Twentyfour hours a day – similar as ashore – they did observations (the OBS) every hour, which were more extensive than those on board merchant ships, and launched - same as in De Bilt - the weather balloons fitted with a radio sonde four times a day at 00, 06, 12 and 18 GMT. This happens all over the world at the same time, so that the meteorologists can make weather maps out of the last data from various levels of altitude. Directly after launch, the balloon was located on the weather radar which is: manually finding the direction and directly after this put at automatic following. Independently from the movements of the ship, the cardanic construction under the antenna made automatic following possible (picture above). Even in hurricanes there was no problem. Searching an aircraft which reported itself to the radio operator, was done manually. This service to air traffic was not available of course when the balloon was still underway.

Note: The Italian mathematician, medical doctor and philosepher Cardano († 1576), invented the system whereby the compass is hung up between two rings, keeping its horizontal attitude despite the movements of a ship.

Weather balloons were filled with hydrogen gas in a wind free shelter - a sort of garage - at the stern. In 1766 hydrogen was discovered by Cavendish, which is - it is true – explosive, but much cheaper than helium. The radio sonde of a weather balloon in those days contained three measure elements:  1. the barometer with a range 1050 – 5 mB, good enough to reach a height of 30 km; 2. the thermometer, a thin round bended piece of metal which works according to shrinking and expanding; 3. the humidity meter consisting out of a very thin slice of lithium. 4. By means of a tiny transmitter on 30 MHZ (403 MHZ nowadays), the data is transmitted to the earth. In the sonde there is a coil with a long thin nylon wire. The beginning of the wire, which sticks out of the sonde, is fixed to the balloon. The radar reflector is hanging under the sonde. Due to the total weight of the sonde and reflector, the coil wire is pulled out. It makes a switch turning around the three contacts of the measuring  elements and let them make contact with  the transmitter. The balloon needs to reach an altitude of 16 km at least. Eventually the balloon will get bigger and bigger due to the outside pressure which is steadily decreasing, until it explodes. If this happens below an altitude of 16 km (the upper flight levels), a new balloon will be launched. The good ones reach a 30 km altitude. By means of the radar reflector you obtain the position, the wind directions and wind speeds. A flight takes 1 to 1,5 hours and the distance may increase to 150 km when there is much wind. There has never been a collision with an aircraft, but once we got a report from a pilot who observed a balloon and asked if this thing was ours.

Nowadays the balloon of the Dutch Metoffice is not followed by radar anymore. It is fitted with GPS and sends it position itself.

 

  

MEER OVER DE WEERBALLON EN DE RADIOSONDE

Over de hele wereld wordt door de meteorologische stations op vaste tijden en tenminste tweemaal per dag (00.00 en 12.00 uur GMT) een weerballon opgelaten. Van alle metingen wordt een weerkaart voor verschillende hoogtes gemaakt. Een weerballon op zich doet niets en dient alleen maar om de radiosonde door de atmosfeer omhoog te tillen tot de minimale vereiste hoogte van 16 km. Mocht de ballon het voordien begeven dan wordt een nieuwe opgelaten. Meestal bereikt de ballon - gevuld met waterstofgas - een hoogte tussen de 20 en de 30 km. De afstand hangt af van de windsterkte die de ballon laat wegdrijven en kan wel tot 150 km bedragen. Aangezien de luchtdruk onderweg steeds lager wordt, zal de ballon alsmaar groter worden tot hij springt; meestal na anderhalf uur. Boven land zit er een parachuutje bij, zodat ballonsliert en de sonde niet te hard naar beneden zeilen. Je zal 'm maar op je kop krijgen. Er is een briefje bij voor de vinder waarin het verzoek de vondst kosteloos naar het KNMI terug te sturen. De sonde, waarde tientallen euro's,  wordt dan nagekeken en opnieuw gebruikt. De meeste komen bij rustig weder in Gelderland terecht. Boven de oceaan, dus bij de weerschepen hoefde er geen chute aan en bovendien zag je ze nooit meer terug. Ook is er nog nooit een vliegtuig tegenaan gevlogen. Wel eens op afstand door een piloot waargenomen, maar geen ongeval.

Thus, all over the world a balloon is launched at least twice a day. It needs to reach a minimal height of 16 km (50.000 feet). Most of them reach 20-30 km (70.000 - 90.000 feet). The distance depends on windspeeds which may reach 150 km. That's why the radar reflector is not a small one. As pressure gets lower and lower, the balloon grows bigger and bigger. Until it tares apart after some 90 minutes. Over land a parachute limits the falling speed. Accidents were never reported, not even by aircraft. Sometimes a pilot saw a balloon in our sea area and asked if it was ours. The radio sonde registrates temperature, air pressure and moist continuously and transmits code signals which are registrated on paper recorders on the ground. 

Het gekke is dat de weersatellieten ondanks talloze mogelijkheden kennelijk de weerballon nog niet kunnen vervangen. 

De radiosonde die eraan hangt, gaat tijdens de opstijging continu meten wat de temperatuur, de vochtigheid en de luchtdruk is. Deze drie instrumenten zie je aan de buitenkant van de sonde (foto onder). De temperatuur kan onderweg zakken tot minus 60 graden C. De luchtdruk tot pakweg 5 mBar. Daar is dus vrijwel geen lucht meer. De luchtvochtigheidsgraad kan onderweg wisselend veranderen. De onderstaande afgebeelde  Engelse sonde toont ook een windmolentje dat de genoemde drie elementen contact laat maken met het zendertje dat in de sonde zit. Het molentje drijft een ronddraaiend schakelaartje aan dat de contacten om de beurt opent. Het radiosignaal werd rond de 30 MHZ uitgezonden. Onderin de sonde zit een kleine accu. De latere Amerikaanse en Finse modellen zenden op 403 MHZ.

 

Hieronder de radiosonde zonder kapje. Je ziet hier in het midden de zender met de drie radiobuizen. De sonde wordt in elkaar gezet. Op de tafel ligt de droge accu die vlak voor de opstijging met water gevuld wordt om hem te activeren. Hij gaat onderin het kastje.

This is the old English radio sonde uncovered. In the middle the transmitter with the tubes. Outside the baro, temp and moist elements.

  

 

Het element op de volgende foto toont de barometer. Dit is een simpel drukdoosje. De gemeten luchtdruk komt op bepaalde niveau's overeen met de hoogte in meters. Daarmee kun je dus zien hoe het weer is op bv. 10 kilometer. Vanaf de grond is elke 8 meter 1 mBar. Als je een barometer meeneemt naar de Euromast die 180 meter hoog is, zou de barometer op die hoogte 22 mBar zijn gezakt. Aan de draadjes kun je zien dat het element is verbonden met het zendertje. Dit zendertje zendt verschillende pieptonen uit die aan de grond vertaald worden naar de gemeten waarden in een grafiek op een papierstrook. Je kunt dus ook in de grafiek zien dat de ballon is gesprongen en dat alles naar beneden valt, want dan meet hij waarden die niet logisch zijn en dus niet meer kloppen. Het accuutje blijft het radiozendertje natuurlijk 'in de lucht' houden en het windmolentje zal ook 'gek' doen.

The barometer:

 

De volgende foto toont het element met de thermometer. Het simpele principe is een kwestie van uitzetten en krimpen als de temperatuur hoger danwel lager wordt. Het open ronde metalen boogje voldoet aan deze eis en zendt nauwkeurige metingen naar de grond.

The thermometer:

 

De foto hieronder toont de luchtvochtigheidsmeter. Het grijze strookje lithium zal ook uitzetten en krimpen als drogere of vochtiger lucht erlangs strijkt. Het trekt dan aan de bevestiging, hetgeen via via wordt doorgespeeld naar het zendertje.  

The moist meter:

 

Voordat de sonde de lucht in gaat wordt hij geijkt met de ijkmotor en de signalen getest:

Testing the radio sonde:

Links Ab Maas? Rechts: P.Y. de Vries

The radar reflector (which is history now)

Toen de ballon nog met de radar werd gevolgd, moest er voor de echo op het scherm een radarreflector worden bijgehangen. De rubberen ballon geeft geen radarecho. Kleine jachten of scheepjes hebben ook een radarreflector in de mast om op korte afstand een duidelijke echo te geven op het radarscherm van grote schepen. De reflector van de ballon is echter een stuk groter, omdat de ballon op veel grotere afstanden - tot 150 km - een goede radarecho moet geven. Het materiaal is van aluminiumfolie, gespannen op een raam met verschillende invalshoeken. Zo volg je de de ballon dus op het radarscherm en daarmee zie je ook meteen hoe sterk de windsnelheden zijn en welke windrichtingen er onderweg door de atmosfeer heersen. Tegenwoordig heeft de ballon ook gps en dus is de radar niet meer nodig. De modernste radiosonde meet ook ozon. Op de foto hieronder de kleine sonde anno 2012:

In the past, when the balloon was followed by radar, the echo on the screen had to be produced by the radar reflector. The balloon itself cannot do that. Small yachts also have a little similar reflector in the mast in order to produce a good echo on the radar of big and long ships. But the reflector of the balloon is a lot bigger to ensure a good echo from 150 km distance. Thus you can see the wind directions and wind speeds. Nowadays the balloon is fitted with GPS which makes the reflector unnecessary. Also an ozon sensor is fitted in the sonde. Next pic: the small radio sonde of today.

Even tussendoor een bezoek aan het KNMI in maart 2012. In between a visit to the Dutch Met Office in De Bilt in 2012

 

De moderne kleine sonde anno 2012. The modern small sonde in 2012.

De ballon in de vulhut in De Bilt. The balloon in the filling shed at the Dutch Met Office

Richard Rothe (verderop in dit verhaal a/b met het vogeltje) legt aan bezoekers een en ander uit. Richard (ex Cumulus) explaining to visitors.

 

Ballon dichtknopen en sonde eraan hangen.

 

Terug naar de Cumulus - Back to the ship

 

The little white spot is te balloon:

De radarantenne volgt het witte bolletje, de ballon - The radar antenna is tracking the little white ball, the balloon.

De radar voor de vliegtuigen en de weerballon.

 

 Het radarscherm voor de ballon en de luchtvaart - The radar scope for the balloon and aircraft. 

 Radarreparatie: "Zullen we het zo maar laten?" Radar repair: "Shall we keep it this way?"

 

"Ja, dat is em San, houen zo!"  - "Yes, hold it Sparks!" 

 

Meteo's Ab Maas en Richard Rothe verwerken de signalen van de sonde - Processing the sonde signals

Hier zie je duidelijk de grafiek die de radiosignalen van de sonde op het papier schrijven.

Meteo Geurt van Doorn. voor de weerballon aan de radar.

De draaibare antennes ontvangen de moderne Amerikaanse sonde op 403 MHZ. De ballen in de voormast geven aan: Pas op! Ik lig gestopt, ik kan niet manoevreren.

These antennas receive the modern radio sonde on 403 MHZ.

Na enige jaren werd de Engelse radiosonde vervangen door de Amerikaanse. Tot de Finse fabriek Vaisala in Tampere een nieuwe sonde ontwierp die werd gepresenteerd door door hun vertegenwoordiger, de jongeman Reijo Valtanen. Hij maakte in februari/maart 1979 meteen een hele reis met ons mee. Al gauw was hij ingeburgerd en het beviel hem zo goed dat het tijd werd om Neptunus uit te nodigen. De oude man moest wel helemaal van de evenaar naar de Poolcirkel komen zwemmen, een afstand van 66 x 111 km = 7326 km, maar dat had hij er graag voor over. Wij van onze kant konden hem nog wel 10 km korting geven. En zjo werd 't toch nog gezellig (met een Limburgse g) op 9 maart.

After some years the English radio sonde was replaced by the American sonde. Until the Finnish factory Vaisala in Tampere designed a new type, which was presented by their representative, the young man Reijo Valtanen. Automatically he joined us the next sea voyage in February/March 1979. Soon he got familiar with all the crew en he liked it so much, that we felt it would be the right moment to invite Neptune. The old chap had to swim from the equator to the Polar Circle, a distance of 66 x 111 km = 7236 km, but he would do it with great pleasure. From our point of view we were able to provide a reduction of 10 km. So as you can see, the feast became a topper during this voyage on March 9th.

  

Van L naar R: personal assistant van Neptunus: Willem Rotgans, dopeling: Reijo, piraat: Chiel Uythoven, NEPtunus: Pappa Yankee de Vries.

En onder: het diploma voor zeemanschap

 

 

OCEANOGRAFIE

Afhankelijk van het weer deden we ook metingen tot de oceaanbodem, zoals het zoutgehalte in verschillende waterlagen en de temperaturen op diverse niveaus. Circa 20 van deze instrumenten (zie foto) worden aan de diepzeekabel bevestigd en te water gelaten, verdeeld over diverse afstanden. Als zij op het gewenste niveau hangen wordt een gewichtje langs de kabel losgelaten. Deze doet de bovenste thermometer kantelen. Op zijn beurt ontkoppelt hij er zelf een, enz. tot alle thermometers ondersteboven hangen. De kwikdraad breekt af en 'bevriest' de gemeten temperatuur. Tegelijk wordt een waterreservoirtje gevuld met het water op dat niveau om het zoutgehalte te meten. Als nu de kabel met de winch weer omhoog wordt gehaald, komt elk instrument boven water en wordt de temperatuur genoteerd en de watermonsters opgeslagen.

Oceanograaf Jan Schaap

 

Chef meteo Nico Borst bezig met oceanografie - Chief meteo doing oceanographic works.

 

Oceanograaf Kees de Kat met de CTD-sonde

 

Oceanograaf Henk Kalle stoer aan de winch met de diepzeekabel.

 

Nog een keer chef meteo Nico Borst.

 

Weather depending, we took measurements to the sea floor, like salinity in different layers and temperatures at different levels. About 20 instruments were attached to a cable and let down to various levels till the sea bottom. At these levels the thermometers measure the temperature. After some time a weigh is let down along the cable, which passes the instruments en tackles them upside down (reversing thermometers). At this moment the measured temperature "freezes" and will stay at this temperature during pull up. Also a water reservoir (Nansen bottle) will be filled with water of that level. Once every instrument has been hoisted by the winch, the temperatures will be noted down and the water will be examined (density and salinity).

Dan was er ook nog bathythermografie t.b.v. de Navy. De bathy werd tweemaal per dag te water gelaten tot 300 meter. Deze meet de temperatuur en stelt vast waar de spronglagen, ofwel inversie's zich bevinden; net als een front in de atmosfeer, waar de temperatuur voor en achter ook aanmerkelijk verschilt. In het instrument bevindt zich een stift die de curve van de temperatuur onderweg registreert. Onderzeeboten die zich onder de spronglaag bevinden zouden dan niet of moeilijk op te sporen zijn, omdat sonar op die laag weerkaatst. Ook vissen zoeken de spronglaag op, omdat daar het meeste voedsel zit. Onze immer enthousiaste collega Niek van der Blom († 3-2-2005) zond als service 's middags op zijn 12-16 wacht een speciaal bericht in het Frans op een visserijfrequentie aan de Franse (tonijn)vissers bij station K, om ze op weg te helpen naar de juiste diepte... Uiteraard kreeg hij reçu, waar hij zeer verguld mee was en altijd afsloot met het advies: "keep in touch with the Dutch!" Ook de vliegtuigen kregen immer deze wens mee.

    

             Spaanse matroos gaat de bathy doen.                       De bathy komt weer boven van 300m diepte.

              Spanish sailor going to do the bathy.                      The bathy emerging from a depth of 300 meters

There also was bathy thermography on behalf of the Navy. The bathy was dropped twice a day until it reached a depth of 300 m. It measures the temperature and locates the inversions, like a front in the atmosphere, where temp before and behind differs a lot. In this instrument there is a registration device which marks the temp whilst going down. Submarines who are under such an inversion, would be difficult to locate, because sonar reflects on this layer. Also fish search these layers, because most of the food is there. Our always enthousiastic colleague Niek v.d. Blom transmitted a special message to the French fishing vessels near station Kilo in the afternoon, to help them to the right depth .... Of course he got receiving reports, which he appreciated very much and he always finished with the advise: keep in touch with the Dutch. Air traffic always got this wish as well.

Des zomers voeren ook oceanografen mee, die al het onderwaterwerk overnamen en een golfhoogte meetboei te water lieten (als het mooi weer was). Je kon met je eigen ogen ook wel zien hoe hoog de golven en de deining waren, maar het ging erom dat de boei - uitgerust met een zendertje -  naar verwachting werkte. Ze hadden een zodiac meegenomen, waarmee we vaartripjes om het schip maakten. Als er walvissen in de buurt kwamen, gingen we erheen om ze van dichtbij te bekijken. Uitstapjes maakten we ook wel eens met een van de vier reddingboten, waarbij we meteen de gelegenheid benutten om met de sloepzender verbinding te maken. 

Deze boei meet de golfhoogte en is voorzien van een radiozender.

 

 

WERKEN MET SKYLAB

Toen het ruimtestation Skylab in 1973 om de aarde vloog, deden we ter vergelijking samen golfmetingen. Een ander project was Energiebalans en zonopname in het zeewater (HEKLA, 1971). Later werden er CO2-onderzoeken gedaan.

In summertimes oceanographers sailed with us too, taking over all the underwater survey. They launched a wave rider buoy (if weather was fine). Of course you could see with your own eyes the height of the waves or swell, but the point was that the buoy, fitted with a transmitter, was working allright. They brought a zodiac (inflatable rib) with them, with which we made sailing trips around the ship. If whales got in sight, we went to them to observe nearby. Some more trips we made with a lifeboat and took the opportunity to test the emergency lifeboat transmitter. Sometimes we got too far away from the ship. They hardly could see us at the end. With the Morse signal lamp they ordered us to get closer. Also a merchant ship passed us once. They assumed we had abandoned our ship and that she was sinking... But with expressions by hand and shouting, we made clear we were just taking a pleasure trip in the middle of the ocean and that the weather ship some miles overthere was in utmost shape.   

When the spacestation Skylab was orbiting the earth in 1973, we did wave measurements simultaneously. An other project was Energy balance and sun absorbing sea water (HEKLA, 1971). Later on there were CO2 investigations.

 

Pleziervaartjes rond het schip - Pleasure trips around the ship

Ook 2e wtk Willem Gisius had 's zomers zijn eigen speedboot aan dek staan. Dan voeren we op een soms spiegelgladde Atlantic, alsof het de Kralingse Plas betrof:

 During summer voyages 2nd Engineer Gisius had his own speedboat on deck. Sometimes we speeded on an Atlantic as smooth as  glass:

De oldtimer MG van 2e wtk Willem Gisius. De speedboat op de aanhanger gaat 's zomers mee.

2nd Engineers speedboat boarding the ship in summertime:

 

    

De speedboat van 2e wtk Gisius midden op de oceaan - The speedboat of 2nd Eng. Gisius in the middle of the North Atlantic.

                Lekker karren in de Atlantic. 2e stuurman Schothorst aan het wiel naast Willem Gisius.

 

MAAR DAN KAN DE CUMULUS NIET ACHTERBLIJVEN

CUMULUS LIFEBOATS ANXIOUS TO FOLLOW

Sloepenrol. Allemaal een zwemvest om en melden bij je eigen boot.

Chef meteo Dirk van der Grift bekijkt het strijken van de boot. Lowering a lifebat too.

Gezellig. Waar zullen we eens naartoe gaan? Where shall we go to?

 

Achter: sloepscommandant 3e stm Hans Aben en matroos Louis de Rouw..

Links marconist Jan Fernhout, Achter: 2e wtk Gisius en 3e stm Hans Aben.

Moederschip: "NIet te ver hoor! We moeten jullie blijven zien!"

Cumulus: "Don't go too far. We must keep you in sight!"

We tuften wel eens veel te ver van het schip, zodat ze ons bijna niet meer zagen. Met de morseseinlamp werden we teruggeroepen. Ook passeerde er eens een schip dat in eerste instantie dacht dat we schipbreukelingen waren en dat ons schip verderop zinkende was.... Maar na uitgebreid okay gebaren en hard roepen dat we midden op de oceaan slechts een pleziertochtje maakten en dat we behoorden bij het verderop liggende weerschip, voer het schip door.

Ze zien ons toch nog wel? Ze seinen nog niet.

Do they still see us? They aren't signalling yet.

 

 

Ook met een motorreddingboot werd gelijk ervaring opgedaan. Links 3e stm Hans Aben - Lifeboat experience important too.

 

Links: Jan Schaap. Midden: matroos Louis de Rouw                             Als je te veel ... lees je de scheepsnaam zo.

                                                                                                   If you have too much ....  you'll read the ships name like this.

Radio Jan Fernhout keeps an eye op de lifeboat en op zijn radio kan een aircraft roepen.

 

 

DE MACHINEKAMER - THE ENGINE ROOM

  

De machinekamer. The engine room                                                          Stork Werkspoor 1400 hp.

                               

                             Zuigers trekken, een periodieke bezigheid voor scheepswerktuigkundigen. Dit is maar een kleintje!

                                        Piston maintenance, a periodically job for ships engineers. This is only a small one!

 

 

Reisjes met gasten naar IJmuiden.

Tussen 1965 en 1985 kregen familieleden en kennissen 's zomers af en toe de gelegenheid om mee te varen en het schip van binnen en van buiten te bekijken. Als de komende reis naar station Mike op de poolcirkel ging, mochten de gasten meevaren tot IJmuiden. Daar werden ze afgezet en voer het schip door. Even rondkijken?

Between 1965 and 1985 family and friends sometimes got the opportunity to sail with us and get familiar with the exterior and interior of the Cmulus. If the voyage was bound for station Mike at the polar circle, guests could join from Rotterdam to the port of IJmuiden. There they were dropped and the ship then sailed on to the north. Be my guest too and let's see around:

Cumulus aan de Parkkade gezien vanaf de Euromast. Cumulus seen from the Euromast in Rotterdam.

 

Cumulus aan de Parkkade op de Maastunnel

 

  

 

Klaar voor vertrek. Ready for take off with guests.

Het losmaken is altijd een happening voor de gasten. Leaving the quai always a happening for guests.

Los van de Parkkade. Off the quai.

Wordt met een sleepboot rondgetrokken tot we op stroom liggen. A tug brings us on course on the river.

Eenmaal op stroom gaat de telegraaf op volle kracht. Full ahead.

Toevallig een foto van de Cumulus in een VVV-folder over Vlaardingen. Cumulus in a tourist brochure passing Vlaardingen.

 

Passeren Hoek van Holland

     

 

Achtermast met de anemometers (windsnelheid).

 

Jan Fernhout met echtgenote Coby. Me and my wife were guests too.

 

Even rondkijken:

De salon waar verjaardagen worden gevierd, geklaverjast en films gedraaid.

 

Eetsalon officieren, RLD en KNMI.                                                        Messroom overige bemanning

De hobbyruimte in het voorschip.

De kombuis. Zie de slingerlatten om het fornuis voor slecht weer.

Foto van Ineke Dorresteijn:

 

Kok Brouwer doet z'n naam eer aan.. alhoewel, een hééél enkel keertje:

En, wat zei de kok, sparks? -  What did the cook say, sparks?

 

De loodsboot van IJmuiden brengt ons de loods. The pilots off IJmuiden.

Naar binnen. Entering port of IJmuiden

 IJmuiden, naar de steiger. Achtergrond: de Hoogovens. Turning to the berth. Behind: the steelworks.

 

VERBINDINGSNET OSV's

Aangezien het radiostation elk uur een OBS van de meteo­ kreeg aangeboden en dus 24 uur opengesteld was, waren we met minimaal 3 telegrafisten aan boord, om de stroom van gegevens per seinsleutel te verzenden. Naast het continue bewaken van de noodfrequenties voor de scheepvaart, waren we ook H24 bereikbaar op de noodfreqs 121,5 en 243 en de werkfrequentie 126.7 MHZ voor de luchtvaart, plus de luchtvaart routefrequenties voor de Atlantic in de kortegolf, waarop wij wel eens bemiddelden tussen vliegtuig en luchtverkeersleiding. Afhankelijk van de positie van een oceaanstation vielen we onder Gander (Canada), Iceland, Bodö (Noorwegen), Shanwick (GB) en Santa Maria (Azoren) Oceanic Control en functioneerden we als luchtverkeersbeveiligingsstation. Daarnaast was er net als op de koopvaardijschepen, het openbaar verkeer met o.a. Scheveningen Radio, om te telefoneren en telegrammen te wisselen. Ook werd de weerkaart van Portishead Radio/GKA in morse ontvangen, die door de meteo werd getekend. Onze meteoberichten seinden we op fixed frequenties zoals bij kuststations gelijktijdig in de 5, 7, 11, 13 MHZ naar Bracknell Meteo/GFT, het station van de weerdienst in Engeland. Op 126,7 MHZ handelden we het radiocontact met het luchtverkeer af en gaven daarbij dus ook radar service als de radar niet voor de weerballon bezet was.  

COMMUNICATION SYSTEM OSV’s

As the radio got offered an OBS from the meteo every hour and thus available 24 hours, we had a minimum of 3 radio officers o/b, in order to send the stream of data by Morse key. Besides guarding ships emergency frequencies, aircraft could contact us H24 on aviation emergency freq 121,5 and 243 MHZ and the working freq 126,7, and in short wave on the Atlantic air traffic route frequencies where we intermediated sometimes between aircraft and oceanic air traffic control. Station depending we belonged to OAC oceanic air traffic control Gander (Can.), Iceland, Bodö (Norway), Shanwick (UK) and Santa Maria (The Azores). Beside there was the general traffic with Scheveningen Radio for telephone calls, telegrams and so on. We also received the weather map of Portishead in Morse and then drawn on a map by the meteo. Our meteo messages were sent on fixed freqs, like coast stations simultaneously in the 5 7, 11, 13 MHZ to Bracknell Meteo/GFT. On 126,7 MHZ we handled all  the radio contacts with air traffic and gave radar service if this radar wasn’t occupied for the balloon.

 

                        Jan Fernhout calling in morse: GFT de 4YM OBS

                           GFT answering: 4YM de GFT K              

 

Noorderlicht - Aurora borealis

Op station Alpha en Mike konden we 's winters regelmatig het prachtige noorderlicht (aurora borealis) aanschouwen. De radioverbindingen in de kortegolf werden dan slecht tot onmogelijk, zodat we met onze OBS'en en de zeer lange weerballonberichten (86 cijfergroepen) moesten uitwijken naar de middengolf en bij voorkeur op de telefonie met resp. Reykjavik/TFA en Orlandet/LFO. Dit deed ik het liefst met radiotelefonie om dan alles naar Orlandet in het Noors te doen.

During winter at station Alpha and Mike we could see the beautiful Northern Light (Aurora borealis). Radio propagation in short waves became bad to impossible; so we had to divert to medium waves with our OBS and - very long -  balloon data messages to Reykjavik or Orlandet (Norway). I preferred to do this on radiotelephony and read the figures in the Norwegian language.

                   

    

 

LUCHTVERKEERSBEVEILIGING

Wat het aantal vliegtuigen betreft, was het ene oceaanstation drukker dan het andere. De stations ten westen van Ierland en Schotland waren uiteraard het drukst vanwege de route Europa-Noord-Amerika v.v., zodat we daar de 8-mans bezetting hadden. Ik denk dat dit schip het grootste aantal R/O's aan boord had. Tijdens de ochtendspits in het luchtverkeer naar Europa werkten we met drie man tegelijk: één voor de uurlijkse OBS-telegrafie, de 6-uurlijkse ballongegevens, HF-luchtvaart en het openbaar verkeer, één voor het beant­woorden van de vliegtuigen op VHF en één aan de radar om deze vliegtuigen op te zoeken, te peilen en hun positie te verstrekken, dan wel te bevestigen. 's Middags was er de spits van Europa naar Amerika. De navigatieapparatuur in de lucht­vaart was destijds nog niet zo geavanceerd als tegenwoordig. Het aantal vliegtuigen dat onze assistentie verlangde, bedroeg per reis ca. 2500 op de stations J en I. Op station M tussen Noorwegen en IJsland ongeveer 200. Op station A tussen Groenland en IJsland ca. 700 en op station K tussen Portugal en de Azoren ongeveer 500. We hadden een langegolf radiobaken aan boord, om de vliegtuigen tijdig inzicht te geven aan welke kant (noord, zuid of overhead) ze ons voorbij zouden vliegen. Het oceaanstation was verdeeld in vakjes van 10 bij 10 mijl en de vlieger hoorde aan het radiobaken met morsetekens (b.v. YJKK) in welk vak het schip zich bevond. Het middelpunt van het station was OS (On Station). Deze indeling stond ook met een tekening in ons hoofdstuk in de List of Special Services. Het weerschip ligt in het onderstaande voorbeeld op station J in het vak KK. Als we in het volgende vak dreven, of bij slecht weer moesten varen, werd de ident door ons veranderd. Dat deed je, door op een langzaam draaiende afneembare schijf pennetjes te verschuiven tot er een andere morseletter ontstond. Een fotocel registreerde aan/uit d.m.v. deze pennetjes en sleutelde daardoor de zender. Natuurlijk kwamen deze gegevens van de stuurman op de brug die varend elk uur, of drijvend na zijn wacht de positie van het schip vaststelde. 

AIR TRAFFIC CONTROL

As the amount of air traffic concerns, one ocean station got much more traffic than others. The stations west of Ireland and Scotland were the busiest of course, because of the routes Europe-North America v.v. Here we had 8 operators. I think this ship had the biggest amount of oprs o/b compared to passenger vessels. During the morning peak in air traffic to Europe we worked with 3 oprs: one for OBS and balloon, one in HF air freqs and public traffic and one for aircraft at the radar, searching, bearing and give exact position or confirm. In the afternoon there was  peak traffic from Europe to the United States. Navigation equipment in aircraft wasn’t as good as it is now. The total amount of aircraft in 24 days who asked for assistance was about 2,500 on station J and I. On station Mike between Norway and Iceland it was about 200. On station Alpha between Greenland and Iceland about 700 and on station Kilo between Portugal and The Azores about 500. We had a LW radio beacon on board, to enable the aircraft to determine in time at which side they would pass us (north, south or overhead). The ocean station (100 x 100 nautical miles) was divided in little grids 10 by 10 nm and the pilot could hear in Morse code from our radio beacon in which grid we were. These grids were also published in the List of Special Services o/b merchant ships. If we drifted into the next grid, or had to sail in bad weather, the ident was changed by us. Such change we made by shifting little flat pens on the edge of a slowly turning wheel to change the Morse code. Then a photo-electric light sensor registered on/off caused by the passing pens on the turning wheel and so keyed our position in Morse code to the beacon transmitter.

Hier volgt een voorbeeld van een contact met een vliegtuig als we op station Juliett lagen (officiële positie: 52.30N 20W) en wat ik letterlijk van de bandrecorder heb overgenomen:

The following is an example of a radio contact with an aircraft when we were on Juliett, which I copied from my old tape recorder:

"Ocean Station Juliett, KLM 644, good morning."

"KL 644, station Juliett, de Cumulus, ook goeie morgen, go ahead."

Hé, een landgenoot, denken de vliegers. A country fellow, the pilots getting aware.

"KL 644 New York, Amsterdam, 350, departed New York 0200, estimate Amsterdam 0900, last position 53N30W 0609, estimate 5320N 20W 0645 endurance 21000 kg, track 090, groundspeed 450. Request radar fix and your position please."

"KLM 644, station Juliett, roger. The ship's position 5222N 1942W, grid KK, my beacon on 370 kHz, the wind at 350 is 145 at 80 knots. Standby for radar."

Korte tijd later is het vliegtuig op de radar gevonden en krijgt van ons: After a short time, the aircraft is found on radar and  gets from us: Korte tijd later is het vliegtuig op de radar gevonden en krijgt van ons: After a short time, the aircraft is found on radar and  gets from us:

"KLM 644, station Juliett, fix at 0652: bearing 326 at 58 nautical miles."

"KLM 644, okay, ik zal even checken hoor."....

"KLM 644, dat komt aardig uit met wat ik gevonden heb, bedankt en tot ziens." En soms: "Moet ik nog een berichtje voor thuis doorgeven?"  

“KLM 644 this checks rather good, according my calculations, thank you and see you.”  Sometimes: “Do I need to deliver a message to your family?”

Verklaring: 350 is de vlieghoogte van de KL 644, dus 35000 voet. Track 090 is de magnetische koers, dus oost. Groundspeed 450: snelheid t.o.v. de grond (450 knopen is 833 km/u). Endurance: brandstofrestant 21000 KG. Ik geef hem de windgegevens op zijn hoogte, want we hebben zojuist de ballonopstijging achter de rug: op level 350 145 graden, 80 kn (zuidoostelijk met 80 knopen = 148 km/u.)   

Explanation: 350 is the flight level (35.000 ft). Track 090 is the magnetic course. I am going to give him the wind info at his level, because shortly before our balloon was there.  

    

  

Mallemok, ofwel Noordse stormvogel.     Een janvangent rust uit aan dek - A janvangent (Dutch) - sula bassana - taking a break on deck.

 

POST DROPPINGS

Elke reis was er een postvlucht verzorgd door een Lockheed Neptune P4 van de Kon. Marine, een langeafstands patrouillevliegtuig dat van het Marinevliegkamp Valkenburg bij Katwijk vertrok. Hiervoor was de crew tien tot elf uren in de lucht. De Nederlandse schepen waren de enige die zich in deze service konden verheugen.  

MAIL DROPS

Every voyage we got mail, delivered by a Royal Navy's Lockheed Neptune P4, a long distance surveillance aircraft from the naval airbase Valkenburg near The Hague. This event demanded ten to eleven hours in the air. The Dutch weather ships were the only who enjoyed such a service.  

  

De Neptune arriveert na vijf uren vliegen. Neptune arriving after five hours flying.  Marconist Jan Fernhout verwelkomt het vliegtuig. The radio operator welcomes the aircraft.

De Neptune verkent de situatie. Neptune judging the situation.

Na vijf uren vliegen bereiken zij ons rond de middag, homend op ons radiobaken. Meestal worden twee gele containertjes met parachute vanaf 50 meter, of vaak lager, gedropt aan SB-lijzijde van het schip. Bij goed weder worden ze uit het water gehaald met een reddingboot:

  

                                                                                                                                                                                                       Foto: Jon Nellestijn (KNMI)

Een reddingboot is beschikbaar bij mooi weer om de container uit het water te vissen. If good weather, a lifeboat is available to pick up the container. 

Als dat niet kan, laten we ons naar de containers drijven en de beste hengelaars onder ons wagen alvast een poging de parachutes aan de haak te slaan. Bertus Augustijn van het KNMI is daar een meester in; onvoorstelbaar hoe vaak hij op behoorlijke afstand met zijn werphengel beet heeft. De Neptune maakt tot besluit nog een heel laag rondje over het schip en vliegt dan weer naar huis op zijn twee props en twee (reserve) jets. Die jets zijn noodzakelijk bij het opstijgen van een veld en als er zeer laag op enkele meters boven zee wordt gevlogen.

Als het stormt moet de dropping wel eens worden uitgesteld of afbesteld, maar onze eigen meteo - waar heb je die anders voor - meent er verstand van te hebben en doet zijn uiterste best om de Ouwe ervan te overtuigen, dat het weer beter zal zijn op het tijdstip van de dropping. Toch gebeurt het wel eens op station M en A, dat de containers onzichtbaar geraken in een sneeuwstorm. Maar we zijn er nooit een kwijtgeraakt: Je kan tussen de buien door aan de cirkelende meeuwen zien waar hij moet drijven! Ook verdwijnt een container bij storm wel eens onder het schip, om aan de andere kant weer boven te komen. Het schip draaien, om het ding toch weer aan lijzijde te krijgen is een hele toer.

Officier waarnemer/navigator H.P. Varenhorst die meer dan 3000 vlieguren boven zee bij de MLD maakte diept uit zijn logboeken het volgende op: "12-3-1963 V202 naar ocean station Mike. Vroegtijdig terug: post vergeten! 13-3-1963 V202 naar ocean station Mike. Navigatie zonder electronische hulpmiddelen. Vluchtduur 10,4 uur. 17-7-1963 V204 naar ocean station J. Geen bijzonderheden. Vluchtduur 10,7 uur. 26-9-1963 V203 naar ocean station K. Geen bijzonderheden. Vluchtduur 10,1 uur. 3-1-1964 V205 naar ocean station J. Geen bijzonderheden. Vluchtduur 10,8 uur. 31-3-1964 V212 op weg naar Lajes (Azoren), overvliegen ocean station Kilo op 10.000 ft. 24-6-1964 V212 op weg naar Valkenburg, overvliegen ocean station Kilo op 11.000 ft. 10-12-1969 V216 naar ocean station J. Op terugreis uitgeweken naar RAF Ballykelly (N-Ierland)." 

After five hours flying they reached us around noon, homing to our radio beacon. Normally two little yellow containers with parachute were dropped from 50 meters height, or lower at lee-side of the ship. If fine weather they were taken out of the water by a lifeboat (picture above). If this wasn’t possible, we drifted to the containers and the best fishermen among us tried to catch one of the parachutes. Bertus Augustijn from the Metoffice was a champion for this job, unbelievable how often he hit with his fishing reel. The Neptune finally flew around the ship very low, and then took off, proceeding home with its two props and two (spare) jets. Those jets were necessary when climbing from an airfield and when they flew very low over the waves at sea at an altitude of a few meters. 

If it was very stormy (9 or above) the dropping had to be postponed or cancelled, but our own meteo - in fact especially for this event on board ... - convinced of their own experience, thought to be the experts and did their utmost best to convince the captain that the weather should be better at dropping time. Yet it happened sometimes on station Mike and station Alpha, that the containers became invisible in a snow storm. But we never lost one! Between the showers you could see curious circling birds, the place to be! Other times the container got under the ship in heavy seas, to pop up at the other side. Turning the ship's heading in order to get the container at the lee-side was a hard job.

Officer observator/navigator mr. H.P. Varenhorst who made over 3000 flying hours over sea areas, produces from his log books: "March 12 1963 V202 to ocean station Mike. Had to return halfway: forgotten the mail! March 13 1963 V202 to ocean station Mike. Electronic nav equipment unserviceble. Flying time: 10,4 hrs. July 17 1963 V204 to ocean station J. Flying time 10,7 hrs. Sep 26 1963 V203 to ocean station K. Flying time 10,1 hrs. Jan 3 1964 V205 to ocean station J. Flying time 10,8 hrs. March 31 1964 V212 destination Azores overflying station K at 10,000 ft. Jun 24 1964 V212 dest Valkenburg overflying station Kilo at 11.000 ft. Dec 10 1969 V216 to ocean station J. Then diverted to RAF Ballykelly (N-Ireland)"

                               Foto: wtk/Engineer Alexander van der Leek http://www.windstreek.nl

 

                          Pilot: Now! Now!! Now!!!  De post wordt uitgeworpen - The mail is being dropped.

        Deze kist heeft twee props en twee jets. - The aircraft is fitted with two props and two jets.

     Het schip drijft naar de container toe. The ship is drifting to the container.

 

De container aan de dreg en de parachute vol water wat nog hard trekken is - The container at the hook and the chute full of water which needs a firm hoist.

    

De postcontainer wordt opgedregd - The mail container is pulled out of the sea.

Een tweede rondje. A second round

Afscheidsrondje Neptune over het schip - A goodbye flightpast.

              

 

                      De post is aan boord                                De post wordt gesorteerd door kapt. De Boer

                      The mail is on board                                         The mail is being sorted out by the captain.

Hier op de oude Cumulus of Cirrus. Hofmeester (wie?), chef radio Visser en wie?

   

De post lezen - Reading a magazine from the mail:

"Hij legde haar zachtjes neer. Bevend beantwoordde ze zijn kus. (wordt vervolgd) ..."

"He laid her down very gently. Shivering she answered his kiss. (to be continued) ..."

 

Meteocollega Cock van Vliet mocht vlak voor Kerst mee met de Neptune en maakte deze foto voor Profiel, het blad van V&W.

 

 

SLECHT WEER? HOEZO!                  BAD WEATHER? WHAT DO YOU MEAN?

                                                                                                                    

                                                                                              Storm 9 - Severe gale force 9.

                                                              Weerbericht - Weather forecast

                                            Daar komt die windkracht 3 van jou ... - There is this wind force 3 of yours ...

 

 

                                       Climbing up                                                                                                   Going down

Geen commentaar.   No comment.

 

 

Windsterkte meten - René van der Velden - Measuring wind force with the anemometer. Wat een zooi als het schip een haal maakt.  Meteo Rob Griët en Dirk moeten het weer opruimen. What a mess when the ship is shaking. Metmen Bertus and Dirk have to clean up.

 

www.windstreek.nl

 

OPSPORING EN REDDING

De ocean station vessels waren ook Search And Rescue (SAR)-schepen. De Cumulus had een speciale ruimte in het voorschip om veel schipbreukelingen onderdak te kunnen bieden. Op 25 juli 1950 werd na een crash een straaljagerpiloot uit zee gevist, die al was overleden. Collega-telegrafist Jan Severijnen (78) verhaalt in juli 2006: “Wat het verhaal over die opgedregde piloot betreft, dat heb ik van Ab Visser, die toen chef radio was op de oude Cumulus. Ze lagen op station Alpha tussen Groenland en IJsland, waar je vrijwel nooit een schip zag. Van de luchtverkeersleiding in onze regio kwam een bericht binnen dat een straaljager in de problemen zat. De vlieger werd geadviseerd indien mogelijk richting weerschip te vliegen, teneinde de kans op redding groter te maken. De vlieger deed dat en het lukte hem inderdaad het weerschip te bereiken. Hij activeerde zijn schietstoel. Daarbij - bleek achteraf - dat het zuurstofapparaat van zijn gezicht was afgerukt. De piloot kwam daarbij om het leven. Hij bleef gelukkig nog drijven aan zijn parachute. Bootsman Platschorre e.a. ging met de sloep naar hem toe, viste hem op en bracht hem aan boord. Platschorre: "Eenmaal aan dek werd nog getracht kunstmatige ademhaling toe te dienen; met een staalborstel onder z'n voeten kietelen, maar nee, hij was hardstikke dood... Toen innaaien in zeildoek. De kapitein: "Prik niet in z'n donder hoor." De boots: "Nou, hij voelt er toch niks meer van. Toen naar de vrieskamer ..." Nu volgt de beschrijving van de rest van het verhaal door chef kok Klaas van Beukelen, oud 74 jr (januari 2007):  "De kapitein gaf toen opdracht het lichaam in te vriezen. Voordat dit kon, moest de piloot eerst op een plank worden gelegd. Maar wat bleek? De plank was veel te lang voor in de vriezer. De piloot moest er weer af. Plank op maat gezaagd. Maar de kok had het volgende probleem: de bemanning wilde niets meer eten, omdat dit eten vermoedelijk uit dezelfde vriezer kwam, wat natuurlijk niet waar was. Geen probleem, bootsman Platschorre nam het heft in handen en vertelde dat hij in de vriezer lag (minus 20 graden) en dat het eigenlijk niets met het eten in de koelruimte te maken had, zoals groente en fruit. De piloot is van boord gehaald in Reykjavik, waar hij met militaire eer aan zijn ouders werd overgedragen, waarvoor wij twee reizen later een herdenkingsplaquette hebben ontvangen, die in de messroom werd opgehangen." Aldus Klaas van Beukelen, die chef kok was op de Cirrus van 4 juli 1950 tot 18 sept 1951, op de Cumulus van 8 dec 1954 tot 10 jan 1955 en van 26 juni 1956 tot 22 aug 1957. 

  

                                                      Bootsman Platschorre - Boatswain

Op 21 februari 1951 zendt het Noorse schip MARGA noodseinen uit in de buurt van de Bretagne. De oude Cumulus ontvangt deze en vaart eropaf. De Noor zit in zeer slecht weer, heeft gescheurde huidplaten en het water stroomt naar binnen. Haar reddingboot slaat kapot. De Winterswijk, de Tyne en de Franse sleepboot Abeille zijn ook aangekomen. De laatste neemt 5 man aan boord. De actie wordt gestaakt, maar in de vroege ochtend laat onze kapitein Groen de motorsloep strijken met o.a. 3e stuurman/sloepscommandant Van Dijk en bootsman Platschorre. De motor valt uit en er wordt verder geroeid. De rest van de bemanning wordt gered. De geredden worden naar Brest gebracht en de Cumulus gaat daarna door naar station Kilo.

 

Cumulus in windkracht 10. Foto van chef kok Klaas van Beukelen.                         Foto van telegrafist Sjef Levens

                                    Cumulus proceeding to SOS case in the Bay of Biscay

 

 

Na thuiskomst werd de bemanning van de Cumulus geëerd door de Noorse consul. Kapt. Groen ontving een zilveren legpenning van de KNZHRM, de 3e stm een zilveren medaille en de bemanning van de sloep een bronzen medaille.

 

SEARCH AND RESCUE

The ocean station vessels were SAR ships too. The Cumulus had a special large room below the main deck, to offer ship-wrecked seamen a safe space. Once upon a time there was a fighter jet crash between Iceland and Greenland. Air traffic control in this region advised the pilot to try to get in the neighbourhood of the weather ship Alpha. He managed to get in sight, but then crashed. The pilot was dredged out of the water. But he seemed to be dead. Boatswain Platschorre: “ ... Once on board, we tried artificial breath, tickling under his feet with a steel brush, but no, he was as dead as a door-nail... Then sewing in sails." The captain: “Do not stitch in his body, boats!” Boats: “Well, he doesn’t feel it anymore, doesn’t he.  Then to the freezing room ...”  The pilot was taken ashore in Reykjavik, where he was delivered to his parents with military honour. A few months later our ship received a memorial plaquette which was hung in the mess room.

1951 The Norwegian vessel MARGA was in trouble in the Bay of Biscay and sent SOS. The old CUMULUS received the signals and proceeded to the ship. The French tug ABEILLE took five men from te MARGA and then due severe weather the rescue was postponed until early next day. Then our captain Groen ordered to lower our motor lifeboat. 3rd Officer Van Dijk and boatswain Platschorre were among these men. The engine stopped and we had to row. We took the rest of the MARGA crew in our lifeboat. The Norwegians were transported to Brest and thereafter Cumulus sailed on to Station Kilo. See newspaper article above. Our lifeboat crew and our captain were honoured with medals by the Norwegian consul.

Jan Severijnen maakte zelf ook zoiets mee in Het Kanaal: “Wanneer? Geen idee. Het was met een van de eerste kapiteins die ik heb gehad; dus Groen, maar hoogstwaarschijnlijk Frederiks. Het ongeval gebeurde op onze uitreis naar Juliett, voorbij Wight ter hoogte van Portland. Het was tegen de middag, ik stond op de vleugel te kijken naar het landen en doorstarten op 'n Engelse carrier die op plm 5 mijl 30 gr over bb voer. De kisten, Seafuries als ik me goed herinner, die 'n ruim circuit achter ons langs en langs sb vlogen. De kapitein en al de stuurlui (daar voor zonnetje schieten) stonden ook te kijken. Op 'n gegeven ogenblik was er één dwars van ons over sb die ineens i.p.v. rechtuit, naar beneden afboog en zo de dieperik in dook. De ouwe en z'n maten bleven afwachtend staan kijken en werden pas wakker toen ik vroeg of er niks gedaan moest worden. De ouwe dacht dat het 'n oefening was en dat die zo meteen wel weer boven zou komen. Bij nader inzien verlegde hij onze koers 'n graad of 30 en we waren er binnen een kwartier. Ik had inmiddels die carrier op de luchtvaartnoodfrequentie 121.5 ingelicht. Sloep te water, piloot opgepikt en bij ons aan boord gebracht. De carrier kon de oefening niet onderbreken en vroeg ons naar Plymouth te gaan waar hij 's avonds is afgeleverd en wij onze reis na 'n uurtje hebben voortgezet. Die piloot heeft het niet overleefd.”

Something like this happened in The British Channel in de 19-fifties. Radio opr. Jan Severijnen told me in 2006: " The accident occurred during our voyage from Rotterdam to station Juliett near Wight off Portland. It was about noon. I was standing on the bridge wing, looking at the landings and touch and go on a British aircraft carrier, which sailed at about five miles distance and 30 degrees over our portside. Those planes - might be Seafuries - flew a wide circuit behind us and along our starboard. The captain and his mates were there also, ready to shoot the sun and looked at the carrier exercise. One aircraft was flying towards us, changed its direction and headed  down to the waves. Then he dived into the deep just like that. Our captain and his mates kept standing on de bridge wing, waiting for .... for what?! They woke up when I asked if we shouldn't have to take action. They thought this was part of the exercise! We changed course about 30 degrees en arrived on the spot within 15 minutes. In the meantime I informed the carrier on 121,5. Lifeboat launched, picked up the pilot en took him on board, badly injured. The carrier wouldn't interrupt its exercise and requested us to set course to Plymouth. We delivered the pilot in the night and we took off after an hour. The pilot didn't survive the crash."

Kapitein de Boer herinnert zich nog dat een gewonde van een brandende Griekse tanker met een Nederlandse marconist, met de reddingboot in een wilde zee, aan boord van de oude Cumulus werd genomen.

Captain De Boer remembers there was an injured man o/b a burning Greek tanker with a Dutch sparks (radio). The injured  man was taken by our lifeboat in rough seas.

Ikzelf weet nog dat tijdens mijn wacht Reykjavik/TFA SOS gaf zonder DDD (namens ... ), omdat er vulkaanuitbarstingen waren op de Vestmannaeyjar eilanden. TFA vroeg schepen naar het gebied te komen, om de bewoners te evacueren. Wij lagen op station Alpha, 24 uren varen van TFA, maar omdat vrij veel schepen zich meldden, vond onze kapitein het niet nodig er naar toe te varen. Jammer. Maar het is wel een uniek feit dat een kuststation SOS voor een noodgeval aan de wal uitzond.

I myself also remember that during my duty watch Reykjavik sent SOS without DDD (on behalf of ...), due severe volcano eruptions on the Vestmannaeyjar Islands. TFA requested ships to proceed to the area, to evacuate the inhabitants. We were on station Alpha, 24 hours away but as several ships already reported proceeding, our captain felt it was not necessary anymore to proceed. Pity. But is has been an unique fact that a coast station sent SOS for an emergency ashore.

De van geboorte Hongaarse zeeschilder Oscar Mendlik (1871-1963) en woonachtig in Nederland, maakte twee reizen met de Cirrus. Slecht weer en hoge zeeën fascineerden hem enorm. Om in zulk weer de zee 'van onderen' te kunnen schetsen, liet hij zich vastbinden op het achterdek, waar erg vaak het water overheen sloeg.  Een album/biografie over hem zegt ondermeer het volgende: Dit voormalige in Amerika gebouwde fregat, kon in slecht weer behoorlijk stampen en slingeren. Ze deed steeds enkele weken dienst in internationaal verband op de Atlantische oceaan als meteorologisch waarnemingsstation en als radiobaken voor de burgerluchtvaart. Station K lag ten westen van de Golf van Biskaye en station J ten westen van Ierland. Inclusief uit- en thuisreis bleef ze 5 tot 6 weken op zee. Mendlik monsterde voor deze reizen bij de rederij van Nievelt Goudriaan te Rotterdam. Aan boord schetste en schilderde hij alle dagen, goed vastgebonden door de bootsman op het dek naast de vulhut voor ballonnen, die dagelijks werden opgelaten voor meteorologische waarnemingen.

In 1950 maakt Mendlik wederom een reis met een weerschip op de Atlantische oceaan. Hoewel we niet beschikken over een logboek of over dagboekaantekeningen, hebben juist deze reizen naar en op de weerstations hem zeer waarschijnlijk geinspireerd tot een aantal werken die hij de titel Storm Op De Atlantische Oceaan heeft gegeven.

A  Hungarian sea painter artist, Oscar Mendlik (1871-1963) who lived in The Netherlands, made two voyages with the Dutch weather ship Cirrus. He was enormously fascinated by bad weather and and high seas. In order to be able to draw in outline and paint the sea 'underneath', he let himself tie up on the aft deck, a spot where often water swept over. An album/biography about him mentions the following: In 1948 he makes two sea voyages on board of the weather ship. This former American frigate could roll and pitch impressively. In 1950 Mendlik makes one voyage again. It inspired him to name a number of his works 'Storm in the Atlantic Ocean'. 

 

                              Midzomernachtzon op de Poolcirkel - Midsummer night sun at 66.35N 02.00E

 

Meteo Jon Nellestijn, even een luchtje scheppen. Enjoying nature.

Aanlopen Cape Wrath (Schotland). Op de vlaggenstok een haaienstaart. On the flag pole a sharks tail.

 

HENGELSPORT  - FISHING SPORTS

De meesten hadden een hengel met reel bij zich, waarop tenminste 300 meter lijn, want bij rustig weer was het vissen geblazen. Die 300 meter lijn was wel nodig, om op 150 meter diepte te komen, omdat het schip op de wind verdreef. Maar het kwam ook vaak voor, dat de lijn bij windstilte bijna recht naar beneden stond. 

When the weather was nice, most crew members enjoyed fishing, using a fishing rod with reel, with at least 300 meters of wire. Those 300 meters were necessary, to reach 150 meters depth, because the ship was drifting on the winds. But many times it occurred that the line dropped vertically when the wind was calm.

 

Steward Aart van der Wal - radio-off. Jan Fernhout - steward     45N 16W

Met 300 meter 50 ponds lijn op een reel.

           Radio-off. Arie van de Ruit              66N 002E

Meteo Harry van de Ende bevrijdt een mallemok uit vislijn. Meteo Willem Rotgans kijkt toe.

Metman Harry saving a seabird from a fishing line.

Op station K tussen Portugal en de Azoren visten we op haai, tonijn, braam, wrakbaars en pijlinktvis. Op de meest noordelijke stations A tussen IJsland en Groenland en M op de Poolcirkel tussen IJsland en Noorwegen vingen we schelvis, makreel, roodbaars op 50-150 meter, wijting, zalm, zeewolf, inktvis, koolvis en snotolf. Als ik wacht had viste ik ook. Om geen vliegtuig te missen had ik een Koyo 8-bands radio bij de hengel gezet, die afgestemd stond op 126.7 MHZ en als ik b.v. hoorde: "Ocean Station Kilo, this is Shamrock 104, do you read?" dan holde ik naar binnen om de kist van dienst te zijn.

On station K between Portugal and The Azores we fished shark, tunny, wreck perch and squid. On the most northerly stations A between Iceland and Greenland and on M on the Polar circle between Iceland and Norway we caught cod, mackerel, red snapper at 50-150 meters, whiting, salmon and squid. When I was on duty I was fishing as well. In order to hear every aircraft, I put my own private Koyo MF/HF/VHF receiver beside me and listened 126,7 MHZ. When I heard: “Ocean station Kilo, this is Shamrock 104, do you read?” I ran inside to serve the aircraft.  

       

Chiel Uythoven, Bert Augustijn met een koolvis (pollack)  59N 20W. Radio-off. Arie v.d. Ruit met een tonijn (tunny) 45N16W. Rechts: zeewolf  -  Right:  sea-wolf 45N 16W

 

     Meteo P.Y. met een schelvis (haddock) 52.30N 19W                     P.Y. met een braam (brahma) 45N 16W

Meteo Bertus Augustijn, radio Arie en meteo Cees Smith. A number of fish after one hour.

 

            Inktvis spuit water - Squid spitting water                  Pijlinktvis hangt aan z'n bretels - Squid hanging on it's suspenders. 66N 002E

 

     

Arie met 2 wrakbaarzen - wreck perch   45N 16W

                                                                                                                        

Twee schelvissen en hun baasje Arie. Two haddocks with their affectionate bossy  66N 002E

                      

 Arie.   Het werk moet ook nog even tussendoor   -    In between the work must be done

 Radio Arie van de Ruit, meteo Bertus Augustijn en oceanograaf Jan Schaap hielden zich 's winters op de poolcirkel (66N02O) voornamelijk bezig met de zalmvangst. Een 100 meter lange lijn met drijvers en onderlijntjes met spiering als aas werd uitgezet. Het schip moest dan wel drijvende zijn bij weinig wind. De vangst was bijvoorbaat al verkocht aan restaurants in Nederland, die voor elke zalm f.100 geboden hadden. Dat was een aardig handeltje, maar de investering en het werk dat er voor gedaan moest worden bij ijskoude temperaturen moet je niet onderschatten.

Radio Arie, metman Bertus and oceanographic surveyor Jan Schaap were busy fishing salmon at the polar circle (66N02E) in winter. A 100 meters line, afloat by little buoys was launched. The ship should be drifting in calm weather. The catch was already sold in advance to known restaurants who offered 100 guilders each. This was a nice trade, but the investment and the work needed when temperatures were icy, one should not underestimate.

 

    

Radio-off. Arie van de Ruit and ocean surveyor Jan Schaap preparing the salmon fishing line

 

  

Oceano Jan Schaap en radio Arie maken de zalmlijn gereed.

      

Arie: 'k Heb kowwe klowwe       Jan: Anders ik wel                                    Het trio "Interzalm B.V."

                                                                                                                               Arie v.d. Ruit - Jan Schaap - Bertus Augustijn

 

 

 

                 

 Radio-oficier Arie van de Ruit met een zalm (salmon) 66N 002E     Meteo Jacob Kuiper met een roodbaars 66N 002E

De roodbaars leeft tussen de 50 en 100m diepte, dus bij grote waterdruk. Als hij aan de hengel uit het water komt, zitten de ogen OP de kop i.p.v. erin. Ook de zwemblaas komt dan door de bek naar buiten.

Roodbaarzen, een makreel en een pijlinktvis 66N 002E.

ROODbaars - RED snapper

 

  

Braam (brama) and wrakbaars (wreckperch) tussen (between) Portugal en de Azoren.

 

                Makreel - Mackerel

 

Radio Jan Fernhout met een roodbaars - red snapper

 

    

Zalm - Salmon                                                Dagvangst op een rijtje - One day catch

 

 

Het visafval is voor de mallemokken - As we are preparing our fish dish, the seabirds like the waist.

 

Dit is andere koek. Een hele klus, vooral als je helemaal niet uit bent op deze jongens.   45N16W

Meteo Bert Augustijn en ?                            Dat hebben wíj weer ...

                         Bertus heeft weer es beet.

 

Kusjes en niet tot spoedig ziens! Kissy kissy and don't hope to see you again.

Op een dag waren we in Rotterdam aangekomen. Ook als we alleen op zee geweest waren en dus niet in een buitenlandse haven, kwam de douane toch aan boord om naar smokkelwaar te zoeken. Er kwam een jonge ijverige douane in mijn hut en zag twee ingevroren zalmen liggen. "Hoe komt u daaraan?" "Gevangen," antwoordde ik. "Dat geloof ik niet; zeker van de chef kok gekregen." "Nee! Zelf gevangen! Met de hengel." Nu is het zo dat alle voeding vrij van btw aan boord is gekomen. Als de kok al iets zou weggeven om mee naar huis te nemen, wat nooit gebeurt, is er dus geen btw geheven. "U moet invoerrechten betalen," sprak de ijverige douane. "Helemaal niet! Ga maar naar de kok. Die kan met zijn lijsten bewijzen dat we nooit zalm aan boord hebben. Er zijn meer jongens die zalm gevangen hebben." De man gaf het op en verdween, op zoek naar weet ik veel. 

One day we arrived in Rotterdam. Even when we were at sea only and not having called a foreign port, the custom officers visited our ship to find contraband. One young fervent officer came into my cabin and obeserved two frozen salmons. "Where do you have these from?" "Caught by myself," I replied. "I don't buy that, I think you got these from the cook." "No, I caught these with a rod." You should know that all the food which is delivered to a ship is free of taxes. If the cook would give away some food - which never occurs - it would be tax free. "You'll have to pay import duties," the man spoke. "Not at all! Just go to the cook. You'll see that salmon doesn't exit in his store lists. There are more crew who caught salmon." The man gave up and disappeared, looking for I don't know.

ONTSPANNING - RELAXING 

Op het brugdek: de salon voor films, verjaardagen, klaverjassen etc. - The saloon on the bridge deck.

Elke reis hadden we een filmkist met daarin zes recente bioscoopfilms en enkele documentaires.

Every voyage we had a filmcase containing six recent movies and some documentaries.

 

VROUW AAN BOORD!              -                 METEO GIRL ON BOARD!

 Some crew: Young lady Gerie van der Linden (KNMI), Bertus Augustijn (KNMI), Richard Rothe (KNMI), Jan Fernhout (RLD)

Als collega in de radiosondegroep in De Bilt, hoorde 22'jarige Gerie telkens weer de verhalen van de jongens die terugkeerden van een reis. Daar wilde ze eigenlijk ook wel deel van uitmaken. Ze deed immers hetzelfde werk. Maar kón dat wel als vrouw aan boord van een zeeschip? Na enig aandringen werd Gerie toegelaten tot de groep "Zij die van de sonde leven", de varende radiosondaren. Ook het dagblad Het Vrije Volk wijdde er een artikel aan. Op 1 november 1978 was het dan zover en stapte de blonde schoonheid voor haar eerste reis aan boord, door menigeen hartelijk welkom geheten en op haar gemak gesteld. Het zou immers nóg gezelliger worden dan het altijd al was! Iedereen nam zich voor onze charmante collega te behoeden tegen elk denkbaar onheil, zowel binnenboord als buiten aan dek. De mannen gingen op hun woorden letten, scheerden zich op tijd, etc. Kortom, het was heel gezellig. Gerie maakte vier reizen, de laatste in 1980.

"Allemaal verstand van radio's?"  "You all know about repairing a radio set?"

 

As a met-girl participating in the same male groups ashore, 22 year old Gerie again and again heard the stories about the voyages on board. Actually she liked very much to join her friends and also enjoy what they experienced. She did the same job in the same team, didn't she. But would that be possible as a girl on board a seagoing vessel? After pursueing many times Gerie got her acceptation from the management and she belonged to the sailing radiosonde team. Even a big newspaper spent an article about it. November 1st 1978 the day was there and our blonde beauty stepped aboard for her first sea voyage, heart-warming welcomed and set easy. Of course it would be much more cosy and social than before! Everyone planned to protect her against any thinkable danger, inside and outside the ships accomodation. The crew began to watch their words, shaved themselves in time; in short it became very relaxing. Gerie made four voyages, the last one in 1980.

On her last day at sea, I wrote a 'poem' dedicated to her. In the with visitors filled cabin we celebrated her goodbye feast. She appreciated the 'poem' very much: "a poem like this it isn't made anymore nowadays," she reacted sadly. 

Op de avond van haar laatste dag op zee (snik), heb ik op haar afscheidsavond in de drukbezette hut een 'gedicht' voorgedragen; een gedicht zoals ze tegenwoordig niet meer gemaakt worden zegt ze zelf, met weemoed terugdenkend aan die leuke tijd op zee:

ZEEMEISJE

Ze was klein van stuk en rank van gestalte, maar ze droeg te wijde truien en ribfluwelen broeken, zodat haar eventuele schoonheden strikt gereserveerd bleven voor de knaap thuis, die haar zou mogen uitpakken. Heur blonde haar leende zich voor varianten als die van Olivia tot pinnig: met zo'n houtje. Buiten aan dek droeg ze een knalgeel plastic jack en een komisch Mediteranneeblauw petje, want ze kende haar kans op kouvatten. Dit wollige wezentje veroverde haar plekje in dit mannenwereldje met zulk een gemak, waardoor het leek alsof wìj het waren, die voor 't eerst naar zee gingen. Op deze gure, door de weergoden onbarmhartig bestierde plek, ergens ver weg in het Arctisch-Atlantische, deed haar opgewekte lach en spitse humor, iets wat aan boord hoog genoteerd staat, weldadig aan. Want ze was een flink meisje met slechts maatje 35. Van schoen dan.

Omdat ze haar eigen klokje had meegebracht, hoefde ze door niemand gewekt te worden. Natuurlijk bestond de vurige hoop, dat dit op zee overbodige attribuut het zou begeven, of door wrede zeegang aan diggelen zou vallen. Je had dan echter nog de kans dat haar schoentje als een waakhondje binnen handbereik zou liggen, indien een al te optimistische porder toevallig bij een 'onverhoedse' beweging van het schip de verkeerde richting uit zou vallen. Ze zorgde echter goed voor haar klokje. Het kleinood stond met meters plakband stevig op haar bureau.

De eerste dagen op de oceaan had ons meisje het wel erg moeilijk met het weer. Ze verstond de vereiste danspasjes nog niet, die nodig zijn om bij storm en hoge zee vanaf een zwiepend achterschip een weerballon op het juiste moment los te laten. Van de woedende elementen die het schip met veel geraas bedreigden, als leek het of ze haar niet accepteerden, had ze even niet terug. Daar stond ze dan heel flink te wezen, met een bleek gezichtje onder dat petje, rillend en klappertandend de opkomende zeeziekte diep wegduwend, met één hand gretig en verbeten aan de warme pijp van een radiator en met de andere de tuit van de weerballon stevig in haar knuistje. Die pijpleiding moet het voldane gevoel gehad hebben eindelijk eens iets voor iemand te kunnen betekenen. Want het feit dat hij een radiator in de buitenlucht moest verwarmen was natuurlijk een grap van 'deskundigen'. Zo stond ze daar als een zielig, maar toch ook weer dapper vogeltje, zoals er wel meer aan dek komen om uit te rusten. Niemand had medelijden met haar, want ze moest er even doorheen. Niet lang daarna was ze gewend en voerde vrolijk het hoogste woord. Voortaan zal wel nóg mooier schrijden na die danspasjes op de golven, want dat hou je van zo'n reis over. 

                                                                                        SEA GIRL

She had a small figure and was nice shaped, but she wore wide sweaters and trousers, so that her possible potential beauties remained hidden and reserved to the lad at home, who was destined to unpack her later at home. Outside she wore a 'safety-yellow' coat and a funny Mediterranean blue little cap, because she knew her chances of catching a cold. This wooly creature conquerred her place in this mens little world with such an ease; it even seemed that we were the ones who sailed for the first time. At this chilly, by weather gods reigned place, somewhere far away in the arctic Atlantic, her cheerfully laughter and sharp humor, something which is high on the list on board, felt like a boon to everybody. For she was an energetic girl with size 35 only, her shoes of course. As she brought her own alarm clock with her, there was no need to be waked up by a collegue. Of course there was strong hope among some, that this superfluous attribute would go unservicable, or fall apart in a thousand little pieces, caused by high waves or a hurricane friend. But you always had a chance then that her little shoes were lying within reach, if  an optimistic caller up, due to an unexpected move of the ship, ' coincidently' would 'fall' into her direction. However she cared very much for her alarm clock. The trinket was fixed on her desk with meters of tape.

During her first days on the ocean she had difficulties to experience the weather. She did not yet understand the required dance steps, in order to let go a weather balloon from a rolling and pitching ship's poopdeck. The angry elements which toyed with the ship, as if it seemed they wouldn't accept her, feared her somehow. There she stood, being very brave, with a pale face, chattering teeth and shivering, keeping down an upcoming seasickness. With one greedy hand around the warm pipe of a radiator and with the little paw around the nozzle of the balloon. This pipe must have had the deeply thankful feeling to mean something to someone at last. For the fact that he had to heat a radiator in outside air was a joke of a 'professional' designer of course. So she stood there like a pitiable little birdie, of whom more come on deck to rest, or change life into eternity. Not long after she was accustomed. In the future I think, after these dance steps she will stride even more beautiful as she did sofar. For, you take this with you for the rest of your life. 

  

Het monsterboekje van Gerie - The seamansbook of Gerie.  4 reizen als observator. 4 voyages as a met observer.                       

                                      

 

Nog een zeemeisje - Another meteo girl

Ook weervrouw Ineke Dorresteijn (28) maakte een reis van 29 mei t/m 2 juli 1985. Ook zij kijkt er dankbaar op terug. Hier haar verhaal:

De meteo juni 1985: Engel Andriessen, P.Y. de Vries, Piet van Helsdingen, Ineke Dorresteijn, Paul Lekransy, Hendrik Snip

"Ik wilde graag eens een reis op de Cumulus maken, maar omdat ik twee avonden in de week op school zat, kon ik alleen in de zomer. Chef Boersma van het KNMI vroeg me of ik in juni kon, dan zou ik samen met een collega op halve kracht mee kunnen, dat scheelde weer een man/vrouw. Zo gezegd zo gedaan. Ik ging als enige vrouw mee. Gerie en Carolien Ruiters  waren me al een paar keer voorgegaan. Op de uitreis was er een excursie van KNMI-gasten waaronder mijn moeder en zusje die een tochtje op zee mochten meemaken. Het was prachtig weer. Na de gasten van boord te hebben gezet, ik meen in Vlissingen, gingen we naar onze positie, midden op de Atlantische Oceaan. Op de heenweg werd ik ingewerkt. Ik voelde me katterig en ging snel liggen als het werk gedaan was. Dat vonden de heren niet zo gezellig geloof ik.

Eenmaal op positie had ik gelukkig nergens last van, zelfs niet met de dikke windkracht 8 die we meemaakten; helaas geen storm meegemaakt, want het was qua weer een echte zomerreis. Ik zag trouwens dat sommige andere varensgasten bij windkracht 8 niet meer aten en al wat ziek werden. Met slapen was het rollen in je bed natuurlijk wat minder comfortabel en ook met lopen en eten had ik mijn evenwicht wel nodig.

Ik vond het een heel avontuur aan boord. Het ritme was totaal anders, met werken was het vier uur op en acht uur af. Ik had de hondenwacht (0000-0400) en de achtermiddagwacht (1200-1600), zoals het een beginner betaamt! En ik was geschokt toen al het vuilnis overboord werd gezet, dat doe je toch niet. Voelde me verder prima aan boord, met mijn meteocollega’s die ik al lang kende en de anderen leerde ik langzamerhand wat beter kennen. Ik vond het een luxe leventje, geen huishoudelijke taken, behalve een wasje doen en het eten stond zo voor je neus. ’s Ochtends porde een collega me wakker. De douches waren wat primitief, niet in je hut en erg klein.

Over kapitein Boef was me verteld dat hij liever geen vrouwen aan boord had, dus ik was verrast toen hij me aan het einde van de reis vroeg of ik nog eens mee wilde. Blijkbaar kon ik ermee door. We konden het trouwens prima vinden, hij vertelde over zijn dochter, die net zo oud was als ik toen, die in Griekenland woonde, hij hoorde me uit over wat een temp-diagram voorstelde. Dat wist ie natuurlijk prima, alleen hij wilde mij eens testen, ha ha. Ik zat in zijn klaverjasgroepje, ‘moest’ mee doen met de competitie, hoewel ik nog nooit geklaverjast had, maar dat werd me natuurlijk geleerd, en ik won nota bene de tweede prijs in de competitie. Verder ging ik tafeltennissen op zee, vreemde schuivers waren dat soms. Intussen breide ik aan een trui en maakte mijn wis- en natuurkundesommen. Ik leerde  weerballonnen oplaten op het juiste moment, zicht op zee bepalen, deinings- en zeegangsgolven onderscheiden en de periodes vaststellen. Het viel soms niet mee, maar ik kreeg het onder de knie. Het was bijzonder om wekenlang alleen de zee zien, de wolken, de wind te voelen. Toen we terugkwamen en de Waterweg opvoeren, keek ik ineens verbaasd naar een trein die ik zag rijden!

Wat nog meer... Het eten aan boord was uitgebreid en goed, ik heb de kok een keer geholpen met een zelfbedacht gerecht. De zondagse gebakjes waren overheerlijk!

We deden een keer een reddingsoefening, zaten we met een groep in een klein bootje op zee. We hadden een feestje toen de rederij Van Nievelt Goudriaan 80 jaar bestond; ik danste met Aart van der Wal, een van de bediendes. De rest van de heren zag het geloof ik niet zitten om te dansen. Aart zag me echt als een vrouw, want hij heeft me op zeker moment een wat morsige broek overhandigd met de vraag of ik er een knoop aan kon zetten!

Verder hadden we een keer een geweldig feestje met de meteomensen, ik herinner me dat we in een kring meedeinden op de muziek van ‘Dat kleine café aan de haven’ en allemaal meezongen. Zoiets simpels, maar echt heel warm en mooi, er was zo’n verbondenheid.

Al met al had ik de reis van mijn leven, het heeft indruk gemaakt en tot op de dag van vandaag denk ik er met plezier aan terug!"

Ineke Dorresteijn, May 2011

Mrs. Ineke Dorresteijn - meteo - and her story (translated by myself):

"In 1985 I liked it very much to make a voyage on board Cumulus. My female collegues Gerie and Caroline did some voyages earlier. My Meteo chief asked me if I wanted to join in the summer. So it happened. I was the only woman on the ship. On the first day we had a group of guests of the Dutch Met Office. Among them were my mom and sister. They sailed with us and were dropped at Vlissingen (Flushing). Then we proceeded to our position in the middle of the Atlantic. I felt a little seasick and lied down as soon as my duty was done. This wasn't so much appreciated by the gentlemen, I believe. But once on station seasickness was over, even in winds force 8. Unfortunately we experienced no real storms, because it was really a summer trip. But some other crew members did not eat and got sick for a short time. Of course sleeping was rolling in your bed and when I walked I had to control my balance. 

I found this quite an adventure. The daily rhythm was totally different. My duty watch was 0000-0400 and 1200-1600. I was shocked to see that all the waist and litter was dropped into the sea; this is the wrong way, isn't it. Generally I felt fine, with my meteo collegues who I knew a long time of course. To me it looked as a luxuary life: no household tasks except a little bit of laundry and dinner was ready right under your nose. In the mornings a collegue woke me up. The bathroom showers were a bit primitive, they were not in your cabin and very small.

I was told that our captain did not very much like women on board, so at the end of the voyage I was surprised when he asked me to join another voyage. Apparently I weakened his inner objections; we got along very good. He told about his daughter who lived in Greece and she had the same age as me. He tested me by examening about temp-diagrams. I told him all about it, hihi.  I took part in a card game competition 'obligitory'. I never played this game, but they instructed me how to play and learn the rules. Surprisingly I won the second price at the end! Also we played table tennis and performed acrobatic moves when the weather was rather bad. I learned launching weather balloons on the perfect moment which is much more different on a rolling/pitching ship than at the lawn of our Met Office. I learned determining visibility at sea, swell and windwaves and the duration of a swell. Sometimes it was difficult, but I got it under control. In the meantime I knitted a sweater and made my math and physics lessons.

It was very special experiencing only sea and sky around you, observing clouds and feeling winds during five weeks. When we entered Hook of Holland again after 35 days of water, I looked very amazed to see a train riding along the riverside.

What else ... Dinners on board were various and copiously. Once I helped the cook with a dish developed by myself. The pastry on Sundays was more than delicious!

One day we had an emergency exercise; we were sitting in a lifeboat and made a short trip around our ship. We had a party when the shipping company (which took care of the governments' Cumulus) celebrated its 80th birthday. I danced with Aart, one of our servants. Others did not like dancing very much. Aart also even handed over to me a pair of trousers to fix a button on it.

One evening I had a great party with my Met collegues. I remember we slowly rocked with the song of That Small Café At The Harbour. We all sang. So easy, but really with so much warmth and beauty, I felt so real connected. It was THE voyage of my life! I was very impressed and until now I remember this with much warmth."

 

       Nog meer gezellige figuren:   Some more cosy characters:

                             Meteo Bert de Vries                                                  Meteo Bert Beets

        Potje Rotterdams klaverjassen

 

                      Meteo Jan Roest                                                           Meteo P.Y. de Vries

            Meteo Bert Beets tafelvoetbal, ook leuk.                        Radio Jan Fernhout kent nog wel een paar 'liederen'.

 

   1980 Kerstfeest op zee - Xmas at sea - (chef kok Brouwer brouwt een kerstdiner):  

 

   1980 Kerstfeest op zee - Xmas at sea. Gezagv. Jan Bos, HWTK Kamlade, bediende Piet Jansen:

 

 

ONZE VOGELOPVANG AAN BOORD - BIRD CARE

  Velduil, uitgeput aan dek. Exhausted on deck.  And being cared of by:  

  en door meteo's Kees Smith en Ate Reitsma verzorgd in ons 'opvangcentrum'. 

 

 Uitgeputte velduil wordt verzorgd door meteo Kees Smith- Exhausted owl being cuddled. 

Meteo Richard Rothe doet niet onder voor Kees en Ate. Dit vogeltje maakte een noodlanding en is door Richard liefdevol gerepareerd.

This birdie had to make an emergency landing and has been repaired by our devoted met-man Richard.

Richard, doe je 'm nou in de koekenpan? "Nee, ik ben aan 't vis bakken."  And evenings he fries fresh fish.

Deze torenvalk redt zich wel. Woonachtig in de reddingboot. Elke dag om 16.00 gaat ze op jacht. De prooi wordt in de andere reddingboot geplukt, want deze vogel wil geen rotzooi in zijn 'woning'. But this birdie is self supporting. Its home is a lifeboat. Every day at 16.00 she goes chasing other birds. But she doesn't like the waist in her own place. So she picks the prey's feathers and eats in an other lifeboat.

Leiden biostudent en vogelaar Eppo Binsbergen.

janvangent

 

 

HOBBY'S  

Naar mijn mening was varen op zich al een betaalde hobby. Afgezien daarvan waren er op de weerschepen ook nog voorzieningen aan boord voor hobbyisten. Er was een doka, een ruimte met apparatuur voor houtbewerking, waar menig meubelstuk werd vervaardigd of gerepareerd en in de werkplaats van de machinekamer werd geknutseld en werd twee keer een smeedijzeren wieg in elkaar gelast. En natuurlijk werd er deskundig bij gestaan of beter: bijgestaan, want de kreet "wat de ogen van Piet zien, wordt door de handen van Dirk gemaakt", klonk nogal eens. Hiermee werd chef meteo Dirk van der Grift bedoeld, de man met twee rechterhanden. We hadden een zaaltje met een pingpongtafel, dat ook gebruikt werd als het zeer zwaar stormde; dan speelden alleen de echte acrobaten. Een volière, waar verdwaalde vogels werden verpleegd en de salon voor film, tv, video, klaverjassen en feestjes. En dan was er natuurlijk de filmkist met 6 bioscoopfilms en wat docu's. Voor het WK in Argentinië moesten we 100 mijl naar het oosten varen (de grens van station Mike), om het redelijk te kunnen volgen op de Noorse tv, met Radio Nederland Wereldomroep ter ondersteuning. Stuurman Haalmeijer (nu gepensioneerd gezagv. Hoek van Holland-Harwich ferry Stena Discovery en Stena Hollandica), was een meester in de modelbouw. Meteo Piet de Vries en stuurman Schothorst bouwden scheepjes in de vierkante Bokmaflessen. Onder de collega's van de meteo waren ook voormalig marconisten, zoals Bert Beets die af en toe mijn wacht even overnam en om de morseseinen niet te verleren en voor de lol zijn eigen weerrapport naar Engeland seinde.

 Radio-off. Jan Fernhout bezig met het model van de Cumulus -  busy with the ship's model.

  

 

 

Model van de Cumulus gebouwd door Jan Fernhout

 

 

Van thuis meegekregen: maandag wasdag! voor meteo Jacob Kuiper. Advise from home: Monday, laundry day!

HOBBY'S

In my opinion sailing is a well paid hobby itself. There were many opportunities for hobbies. Material could be provided on request. A dark room with photo enlarging apparatus, a room for making furniture out of wood, where chairs, tables etc could be made or repaired and in the engine room workshop things could be welded. An iron cradle was made and it took a lot of craft to get it upstairs along the engine rooms small stairs. Of course one stood by professionally, or better, assisted, for the slogan: "What Peo's eyes see, is going to be made by Tony's hands" became generally known. A room with table tennis (ping pong), which was also used in high seas, then only acrobats played this game. A bird cage where exhausted birds could recover. And the saloon for film, TV, video, playing cards en birthday parties. And of course the film case with 6 cinema movies and some documentaries. In order to watch the World Championship (football) in Argentina, we had to sail 100 miles to the east (the boundary of Station Mike) to get an acceptable signal from the Norwegian TV, with the Dutch Radio World Service as a backup for the live report. 2nd Mate Frank Haalmeijer (now a retired captain of the ferry Hook of Holland – Harwich), was a champion in building models (ships, trains and trams). Among the meteo colleagues there were ex merchant radio-officers, who now and then took over my duty watch for an hour, in order not to loose the quality of sending Morse and for fun they sent their own OBS to Bracknell.

DE AMATEURZENDER

De RLD had een speciale zendmachtiging voor amateurradio aan boord. Ikzelf en mijn voorgangers deden als zendamateur veel aan goodwill: zeeschepen, herkenbaar aan /MM (maritime mobile) achter het callsign waren zeer gewild voor een verbinding, vooral met Nederlandse zendamateurs. Op de Nederlandse koopvaardijschepen was deze hobby niet toegestaan, ook al hadden sommige marconisten ook privé een amateurzendmachtiging. De Cumulus was PI1LC/MM en de Cirrus PI1LS/MM. Van het KNMI was er Walter Schuurmans-Stekhoven, PA0WSS Whiskey double shit/MM, die met zijn eigen zender 's middags met vrienden in Zuid-Afrika werkte. KNMI'er Bertus Augustijn maakte vaak een verbinding met zijn vader PA0LA. Technicus-R/O v.d. Sande is PA0SAN. Die heeft nu een minicamping (6000 m2) op zijn boerderij Knienseerd in Kelpen Oler (Noord Limb.), speciaal voor zendamateurs, omdat het oprichten van antennes op andere campings wel eens problemen geeft. Kijk eens naar http://www.knienseerd.nl/  Draadloos internet gratis en beveiligd.

Een selectie van zeldzame QSL-kaarten uit alle uithoeken der aarde heb ik mee naar huis genomen:

AMATEUR (HAM) RADIO

My employer, the Dutch Civil Aeronautical Service, owned a special amateur radio license for the ship. Me and my previous collegues did a lot of goodwill: sea going vessels, recognizable as /MM (maritime mobile) behind the call sign were very wanted to make contact with, especially by Dutch hams. The Cumulus call was PI1LC/MM and the Cirrus call was PI1LS/MM. From the Metoffice there was observer Walter Schuurmans-Stekhoven, PA0WSS (Whisky double shit)/MM, who used his own transmitter to contact Dutch  friends in South Africa. Our radio technician Remy van de Sande is PA0SAN, who runs a mini camping (6000m2) open to everyone, but especially to radio amateurs http://www.knienseerd.nl/

  A selection of rare QSL cards from every corner of the world I took home:

 De QSL-kaart van een zendamateur in Hongkong. QSL card from a radio amateur in Hongkong.

Jan Fernhout bezig met zijn eigen zender als PI1LC/MM. Later werden op deze tafel nieuwe scheepszenders geplaatst.

Geheel rechts de 1 kW zender (voor scheepvaart, luchtvaart, meteo en ook amateur)

Radio-opr. Jan busy with his personal amateur transmitter. Later, this table became a place with new ships transmitters.

Below: new receivers and a new place for the amateur transmiiter.

 

Rechtsonder mijn kortegolf amateurzender Kenwood TS 515 (80, 40, 20, 15 en 10 m.)  At right below my shortwave amateur radio set.

Zo had ik jarenlang vrijwel dagelijks verbinding met zendamateur Adri van Bloois (PA0RDA) in Zeist. Adri is blind en beschikt behalve over een braille toetsenbord ook over allerlei snufjes om zijn zend/ontvangapparatuur af te stemmen. Nu zijn blinden aangewezen op hun gehoor en dus onthouden zij veel meer dan zienden. Nadat ik hem één keer had uitgelegd hoe de cijfercode van een weerrapport in elkaar steekt, kon ik hem dagelijks het weer vertellen in code. De andere amateurs die meeluisterden begrepen er niets van, maar de reacties van Adri tijdens het oplezen logen er niet om als we in een orkaan zaten, zoals de windsnelheden en golfhoogten. Tijdens een van de zomerse gastenreisjes van Rotterdam naar IJmuiden was Adri ook aan boord en de details die hij op het gehoor waarnam, waren mij niet nog opgevallen. Hij 'zag' meer dan wij. We voeren die dag wel door de mist, dus wat wij van de zee niet konden zien, zag hij dus ook niet. Dat scheelde al weer. Al met al een geweldige ervaring voor hem. In november 2006 belde hij me op. We hadden elkaar 22 jaar niet meer gesproken. Natuurlijk heeft ook hij internet. Het lezen van het scherm gebeurt met braille: een vernunftig systeem leest telkens 1 regel en converteert onmiddellijk naar braille d.m.v. schuivende pennetjes. Toen hij me liet horen wat hier geschreven staat bleek dat tot mijn verbazing behoorlijk snel te gaan. No problem!

Ook met Henk PA0PHR (†) in Heemstede had ik dagelijks verbinding. Op een dag was er in mijn zender een spoeltje doorgebrand omdat de zendantenne van het radiobaken vlak langs mijn antenne hing. Ik hield een paar Watt vermogen over, net genoeg om NL te bereiken. Henk meldde zich volgens schema. Hij was echter niet thuis, maar in de winkel van Schaart in Katwijk, de dealer voor zendamateurs. Daar vroeg hij om een zender te gebruiken, om toch met me te kunnen werken. Dat kwam mooi uit. Ik vroeg om het spoeltje, want over een paar dagen zouden we post krijgen. Schaart demonteerde het uit een zender en gaf het Henk mee. Die reed meteen door naar het nabijgelegen marinevliegkamp Valkenburg bij Katwijk om het pakketje af te leveren voor de komende postdropping met het Neptune patrouillevliegtuig. Drie dagen later kwam de post met het spoeltje midden op de oceaan uit de lucht vallen en kon ik weer met vol vermogen werken. Nogmaals bedankt voor de service, Schaart en Henk!  

 

    

Radiotechnicus Pennewaard op de Cirrus. 

Onze vaste radiotechnicus, Remi van de Sande (zendamateur PA0SAN) werd als hij met vakantie ging altijd vervangen door de ex-technicus van de Cirrus, hr.Pennewaard (foto's boven), werkzaam bij de RLD op vliegveld Eelde. Nadat Pennewaard gepensioneerd was, door Ben van Riel (zendamateur PA3EGJ) van Schiphol. Ben maakte twee reizen. Daar kijkt hij nog altijd vrolijk op terug. Het is écht een unieke ervaring tussendoor! Tijdens een reis had Ben een bouwpakket van een  modelvliegtuig meegenomen. Het was made in Yugoslavia en de handleiding was ook in de Slavische taal. De tekening was nog wel te volgen, maar voor het lijmen waren er twee verschillende tubes. Probleem, want je wilt het wél goed doen. Ik stelde voor verbinding te maken met een Joegoslavische zendamateur. Die waren er zat in de kortegolf. Ik riep met telefonie de eerste de beste die ik hoorde en probeerde uit te leggen waar het om ging. De Joeg werd huiverig en probeerde af te houden. Het land was nog communistisch en een standaardverbinding maken is geen punt, maar als je met een verhaal kwam, vertrouwden ze het niet. Bovendien kon ik de tekst van de handleiding niet lezen en dus probeerde ik hem naar de seinsleutel te verleiden, omdat je met morse keurig in elke taal kan seinen. Dat lukte uiteindelijk en ik begon te seinen. De tekst had hij meegeschreven en op mijn vraag om dit te vertalen, beloofde hij de volgende dag terug te komen. Inderdaad kwam hij terug met de vertaling in het Duits. Hij blij, omdat alles onschuldig bleek en Ben blij om te weten waarom er twee soorten lijm in de doos zaten.

 

List of rare countries we contacted:

Een wand in het radiostation werd gesierd door een wereldkaart met speldjes en QSL-kaarten van zendamateurs met wie we vanuit de Atlantische Oceaan   met slechts 100 Wattjes in de kortegolfbanden verbinding hadden. Het is net zoiets als zeldzame postzegels sparen. Qua afstand is het vaak niet de kunst om verbinding te maken; het is eerder de kunst amateurs te vinden van wie er slechts 1 of een paar in dat land of op dat eiland wonen. Ze dienen ook nog in de lucht zijn als jij gelijktijdig aan het zoeken bent en ze toevallig hoort. Vrijwel alle volgende genoemde zeldzame amateurs werden vanaf de "Cumulus" met de morseseinsleutel gewerkt: Rodriguez Island VQ8 en Maladiven VS9 in de Indische Oceaan. Korea HL. UA0 Chelyuskin Cape (Russ. noordpoolbasis). AX7 Tasmanië. Philippijnen DU. Afghanistan YA. India VU. Hongkong VS6. Antarctica basis VP8. Zambia 9J. Kenia 5Z. Tanzania 5H. Israel 4X. Paraguay ZP. Seychellen VQ9 in de Indische Oceaan. Ascension Isl. ZD8 in de Zuidatlantische Oceaan. Argentinië LU. Tahiti FO8. Hawaii K5. Alaska KL7. St. Maarten PJ5. Groenland OX3. Verder: Beren Eiland JW1 (Poolzee). Chili CE8 (Straat Magelhaen). Spitsbergen JW5 (Poolzee). Jan Mayen JX6 (Poolzee). Guam KG6 (Grote Oceaan). Vrangel Isl. UA0 (Russ. poolbasis). Franz Josefland UA1 (Russ. poolgebied). South Orkneys (Zuidatlantische Oceaan). Nieuw Zeeland ZL2. Funchal CT3. Mallorca EA6. Gran Canaria EA8. Ceuta (Sp. Marokko) EA9. Jersey GJ4. Aaland Eil. OH0 (Finland). Rhodos SV5. Australië Northern Territory VK5. Turks Isl. and Caicos (Caraiben). VP5 British West Indies. Burkina Faso XT2 (West Afrika). Celebes YB8 (Indon.) Zuid-Afrika ZS6. Cyprus 5B4. Algerije 7X. 

    

             De QSL-kaart van de Cirrus: PI1LS/MM                                   De QSL-kaart van de Cumulus: PI1LC/MM         

A very old one: from Cirrus, dated Jan 23rd 1947.

    

  

                       Radio Jan Fernhout aan de seinsleutel. Me at the Morse key.

 

 

In een VVV-folder over Vlaardingen zien we de Cumulus passeren - In a tourist brochure about the town of Vlaardingen, we see the Cumulus passing.

 

 

ANECDOTES  

Verbinding met de TROS-studio

Toen ik in mei 1972 na zeven jaar Scheveningen Radio, terugkeerde op de Cumulus, kregen we die reis naar en op station Alpha tussen Groenland en IJsland, twaalf stormen waarvan drie orkanen. Doodmoe word je ervan. Een dag voordat we naar huis gingen kregen we het verzoek om de volgende dag, zaterdag 13 mei Schip van de Week te zijn in het TROS-radioprogramma Steiger B. De TROS was toen nog B-omroep. De mij al van jongsaf bekende radiotelefoniste Hetty Nieuwstraten van Scheveningen Radio maakte verbinding met me: "Cumulus, spreek ik met Jan Fernhout?"  "Ja."   "Met Hetty. Hallo Jan, ken je het TROS-programma Steiger B op zaterdagmiddag? Daar hebben ze elke week een Schip van de Week.  Ze willen een bijzonder schip, Jan. Dus hebben we aan jou gedacht. Kunnen jullie morgen om twee uur live verbinding maken?" 

Scheveningen Radio.            Hetty Nieuwstraten, radiotelefoniste

Dat kon geen probleem zijn. Die zaterdag maakte collega Niek van der Blom eerst een paar testverbindingen. We waren op weg naar huis en zaten ten zuiden van IJsland. Die verbindingen vielen behoorlijk tegen. En dat met 1 kilowatt vermogen! Het kon dus toch wel tegenzitten, omdat we 's nachts nog noorderlicht hadden. De live-uitzending kwam alsmaar dichterbij. Inmiddels kwam ik om 12.00  op wacht. Nog eens geprobeerd in de 8, 12, 16 en 22 MHZ. Ten einde raad het telefoonnummer van de studio gevraagd en via Reykjavik de verbinding gemaakt. Perfect! De kapitein, alle telegrafisten, de hele meteo, de hoofdwerktuigkundige en overige nieuwsgierigen stonden in het ruime radiostation toe te kijken. De presentator was Cees de Lange, die de kapitein namens het zaalpubliek uitnodigde te vertellen waar we zaten en wat voor schip we waren. Wat we niet wisten, was dat de echtgenote van 2e wtk Gisius ook op het podium in de studio aanwezig was. Zij wou wel wat zeggen tegen háár Willem. Maar die moest nog uit zijn wieg worden gehaald. Enfin. "Hallo Wim! Waar zitten jullie?" "Nou, dat weet ik niet; bij IJsland ergens." Ems: "Nee, ik bedoel: zitten jullie in de radiohut of in de salon?" Maar dat verstond Willem niet zo goed. "Dat moet de kapitein maar vertellen waar we zitten." En zo kwam alles nog goed. 

De papegaai van Harm

Voor de meteorologen in Europa was het mooi meegenomen dat de weerschepen op de luchtvaartroutes toevallig ook in slechtweergebieden bivakkeerden. Immers, dit deel van de Atlantische Oceaan is doorgaans vergeven van de depressies en een enkel hogedrukgebied. De weerschepen fungeerden als een vooruitgeschoven post, vooral door de weerballonnen die ze oplieten. Kapitein Harm de Boer, vast onderdeel van de inventaris, kan over slecht weer meepraten. Sinds 1957 vertoefde hij, na eerst als 1e stuurman op de oude Cumulus te hebben gevaren, op de weerschepen. Bij het in dienst stellen van de nieuwe Cumulus werd hij gezagvoerder en hield het vol tot 20 mei 1978. Toen was hij het zat. Ook zijn papegaai monsterde met hem af. De grijze roodstaart zei altijd: "nou, nou!" als het schip tijdens storm een gemene haal maakte. Bij de matrozen woonde ook een papegaai. Je hoorde hem luidkeels zingen als hij onder de douche gezet werd. Voor dit diertje was het een tropische regenbui.

Het oog van de orkaan

We hebben vele orkanen meegemaakt. Tijdens een avond hadden we storm en de barometer zakte snel. Ook de schrijfstift van de barograaf geraakte onderaan de papierstrook, zodat deze buiten dienst werd gezet. 's Nachts werd het stil, doodstil en de zee werd spiegelglad: het oog van de orkaan. We lagen te drijven en om 04.00 ging ik met de stm, de wtk en de meteo, van wacht. Nog even een 'versnapering' bij iemand in de hut en dan je wieg in, meestal tegen vijven. Maar om half vijf hoorden we de wind weer opsteken. Het schip ging hellen, de glazen gleden over het bureau in de hut en werden door ons vakkundig opgevangen. We helden nog verder over. De 1e stuurman op de brug keek het nog even aan en liet ons nog even stoeien met schuivende voorwerpen, maar dan voelden we na enige tijd toch de motor starten. Binnen een kwartier stond er krachie 12. De zee was niet meer te overzien. De golfkoppen waaiden compleet weg en het zicht was nul door al het stuivende water. De kapitein verbood om buiten aan dek te komen en verbood ook om rond 06.00 GMT de weerballon op te laten. Het was te gevaarlijk, vooral voor de meteomannen, die bij het vullen van de ballon op het achterschip, zelf gelanceerd kon worden. 

Opgesloten in mijn  kooi

Toch gedroeg de Cumulus zich uitstekend in stormweer en bij orkanen. Alleen de voorste hutten waren bij storm niet erg geliefd. Ook de kapitein vluchtte vaak naar een lege hut in de midscheeps. Daar was ik me echter op mijn allereerste dag (1964) op dit schip nog niet van bewust en koos juist de voorste, omdat het er stil was. Ik kom na een paar dagen echter tot de ontdekking dat je bij zwaar stampend schip in vliegende storm en neergaande beweging van je matras gelicht wordt en daarna dan door de opwaartse beweging van het schip weer in de lakens terugvalt. De ruimte tussen je rug en de matras was dan minstens 10 cm. Omdat de hutten nogal klein zijn, heeft men aan de (kantelbare) rugleuning van de zitbank tevens je kooi gebouwd. Kantel je de rug van de bank naar je toe, zodat deze op de bankzitting rust, dan is het een bed geworden. Ook heb ik (nog) niet in de gaten, dat de knip op je kooi, een soort schuifslot noodzakelijk is, om niet in deze omstandigheden weer terug te kiepen. Wat gebeurt? Terwijl ik probeer te slapen, kiept door een haal van het schip naar stuurboord mijn kooi dicht en bevind ik me tussen de wand van mijn hut en de inmiddels teruggetoverde zitbank. Ik zit opgesloten. Duwen met handen en knieën mag niet baten. Er zit niets anders op dan te wachten tot het schip een behoorlijke haal naar bakboord maakt, zodat ik me met het zeetje mee weer kan bevrijden. Dat duurt dan altijd net veel langer, maar het lukt. Ik had al het idee hier nooit meer tussenuit te komen en als XXX "man overboard" de rest van de reis te moeten maken. Sindsdien zat het schuifslotje erop, ook bij mooi weer. Een nieuwe KNMI-collega P.L. koos de voorste hut en hem overkwam hetzelfde als mij. Pas toen we daar aan het einde van de gang gedempt help hoorden roepen, kon hij bevrijd worden. Tegen de schrik gaven we hem een zeer pikant blad. Aan tafel vroegen we of het geholpen had. "Ik heb 't in één ruk uitgelezen," antwoordde hij naief, tot grote hilariteit van de aanwezigen. En er was nog een vierde wtk voor 't eerst aan boord, die dit systeem ook niet kende. De eerste nacht sliep hij op zijn bank. De volgende ochtend zei hij: "Ik kon m'n kooi niet vinden. Ik wou niet lastig zijn, dus ik heb maar op de bank geslapen." hi.

Flessenpost

In de zestiger jaren leerde meteo Piet Wittebol zijn echtgenote kennen d.m.v. een briefje in een fles. Ergens in de buurt van Ierland gooide hij de fles overboord. Een Iers meisje liet hem weten dat ze de fles gevonden had. Ze maakten een afspraak in Ierland. Daar werd Piet verliefd op haar vriendin; "en zjo is 't gjekóómen",  om met frater Venantius (Wim Sonneveld) te spreken. En: ze leven nog lang en gelukkig, al meer dan 40 jaar.

In drie (!) dagen naar India?

Best grappig was het misverstand dat assistent werktuigkundige Peter Kroos overkwam. Hij werd door de rederij geplaatst op de Cumulus en hij had geen idee wat een weerschip was en al helemaal niet wat station India is. Normaal voer de rederij op Midden- en Zuid-Amerika. "Waar gaat dat schip naar toe?" vroeg hij op kantoor. "Naar India," was het antwoord. Eenmaal aan boord vroeg hij aan een collega: "Hoe lang is het varen naar India?" "Drie dagen." "Hè, drie dagen??? Hoe kan dat nou?..."

Matroos Frits Verhoeven      

Een eigen hoofdstuk voor Frits. Wie kent hem niet, Nievelt-mensen!
De oude matroos Frits behoorde ook bij de inventaris. Hij had een hazenlip en was doorgaans moeilijk te verstaan, maar toch had hij hele sappige verhalen waarbij hij altijd waarschuwde: "Als je het niet verstaat moet je het zeggen hoor." "Ja, Frits." Hij liep altijd de 4-8 wacht met de 1e stuurman. Toen de klok op de thuisreis naar Rotterdam een uur verzet moest worden, belde hij nauwelijks verstaanbaar via de intercom:
"Wadio, met de bwug. De kwok kwijgt een uuw."
"...... Vooruit of achteruit?"
"Dwas-uit."
"Dank je wel Frits."
Frits, altijd met humor: "Hoe wee je dah ík et wen?"   

 

                             In een blauwgeruite kiel draaide FRITS aan 't grote wiel. Midden 2e stm Haalmeijer - Frits at the wheel.

Maar dat was nog niet alles over Frits. Hij had nl. ook last van Parkinson. 1e stuurman Jan Nipius: "Frits kwam mij altijd ruim tevoren porren voor de wacht die we samen liepen. Mét een mok koffie. "Stuuwan, wakker wodden, het is tijd. Hie is koffie." "Maar Frits, met z'n Parkinson, hield expres de volle mok trillend boven m'n deken en ik wist niet hoe gauw ik m'n nest uit moest komen!"

We had a sailor named Frits (picture above). Old Frits was part of the ships furniture. He had a harelip and generally we could read him, but often we couldn't. But he always told stories, asking to interupt if we did not understand. He always had the 04-08 and 16-20 shift. One night we sailed to Rotterdam and Frits called me to say that the clock was going 1 hour forward: "Yadio, this is ze ridge." "Yes, go ahead", I replied. "Ze clock yets an hour." I asked: "forward or backward?" "Sidewats." .... "Thank you, Frits." Frits: "How do you know it's wee?" But Frits also suffered Parkinson. First mate Jan: Frits always woke me up with a big cup of coffee. He always held his shaking hand over my blankets, so I had to hurry out of my bed as soon as possible. 

De aanrijding, door Frank Haalmeijer, stuurman:

Het was op een zomeravond aan de Parkkade in Rotterdam. Ik had de stille wacht aan boord, samen met Willem Gisius, die machinist van de wacht was. We zaten boven met onze echtgenotes in de salon naar de tv te kijken. Het was nog licht buiten. De wachtsman zat in het hokje naast de diepzeelier. Die man kwam al jaren bij ons aan boord als wachtsman. Plotseling hoorden we een doffe dreun in het schip. Wat zou dát nu zijn? Willem stoof naar beneden in de veronderstelling dat er in de machinekamer iets niet goed ging. Daar draaide immers een hulpdiesel voor de elektra. Zelf ging ik naar buiten en ontdekte dat er vanaf de Parkkade langs het grote schip Jan Backx een auto was gekomen en op de hoek van de kade een haakse bocht naar links moest maken. Dronken of niet, maar de chauffeur nam de bocht wat te groot en had groot geluk dat de Cumulus daar lag. Hij was tegen ons schip aangereden en had met zijn bumper een patrijspoort geraakt. Het glas in de poort was gebarsten. De auto bleef zo staan en zat in de poortenbak geperst. Hij zat nog redelijk vast ook aan het schip. Het geluk voor de chauffeur was, dat als de Cumulus er niet gelegen had, hij regelrecht de Maas was ingereden. Aanvankelijk was de chauffeur nergens meer te vinden. In het tunnelgebouw was een politiepost. Die hebben we gewaarschuwd en snel gingen de agenten op onderzoek uit. Na een uur vonden ze die vent in het park. Inderdaad, te veel gedronken. Wat moet je daar nu mee? Even humoristische gevoelens hebbende, kregen we het idee om gewoon een schadeformulier uit de auto in te vullen. Zo gezegd, zo gedaan en het deel van ons gewoon naar Van Nievelt Goudriaan gestuurd. Daar hebben ze in een deuk gelegen en nog lang is daarover gesproken. Willem en ik waren hierdoor enigszins ´onsterfelijk´ geworden op kantoor. Kapitein De Boer heeft er een reis lang over lopen grinniken.

De reparatie van de patrijspoort was nog een heel gedoe. Bootsman Roorda wist hoe hij dit moest doen. Reserveglas was er, maar hoe krijg je dat erin. Welnu, eerst de koperen randen uithakken, glasresten verwijderen en daarna het nieuwe glas omringen met dun touwwerk in vezels, gedrenkt in loodwit en menie en dit erin leggen. Daarna de koperen opsluitring er weer in draaien. Dat was nog een klus van een hele dag voor twee man.

De foto is op een andere datum gemaakt, want hier is het tij anders dan bij de aanrijding. 

 

Overigens liepen Frank en 2e wtk Willem Gisius graag samen een tijdje havenwacht aan de altijd gezellige drukbewandelde  Parkkade. Hun echtgenotes resp. Marianne en Emmy verbleven dan ook bij hun geliefde aan boord. En als ze hun verjaardag vierden, of oud-en-nieuw, werden diverse familieleden en vrienden uitgenodigd dit aan boord te komen vieren in de ruime feestzaal op het bovendek en te overnachten in diverse hutten die niet op naam stonden. De genodigden moesten dan wel hun eigen slaapzak, handdoeken etc. meenemen.

Frank heeft nog een anecdote:

JE MAINTIENDRAI

Het was op een snikhete dag in 1975, dat het weerschip Cumulus aan Rotterdamse Parkkade lag afgemeerd. Niets bijzonders zou je zeggen, want als er een weerschip binnen was, dan lag deze daar op de tunnel. 's Morgens werd door een ambtenaar van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een pakket afgegeven aan de stuurman van de wacht. Het pakket van bruin papier bevatte een van kunststof gemaakt Nederlands wapen, je weet wel met die kroon en die twee leeuwen. Zoals bijna ieder rijksvaartuig, moest ook de Cumulus het "Je Maintaindrai"  op de voorkant van de brug hebben. Het was de bedoeling, dat de bemanning dit zelf zou bevestigen.

Het was gemaakt door de Kon. Marine in een eigen atelier. Er zat veel handwerk in het kleurige wapen. Alvorens het op de voorkant van de brug gemonteerd kon worden, moest het eerst op een houten plaat bevestigd worden. Op dat moment was er buiten de wacht geen bemanning aan boord en moest de bevestiging wachten. In afwachting hiervan werd het wapen rechtop in een lege hut tegen de rugleuning van de bank geplaatst, om beschadigingen te voorkomen. Er gingen enkele dagen overheen, die hun zomerse karakter goed lieten merken. Toen we na enige dagen het wapen wilden gaan plaatsen, bemerkten we, dat één van de leeuwen onwel was geworden. Z'n staart lag plat en het schild was hem ook te zwaar geworden. Het was een zielig gezicht. Maar goede raad was duur en er werd besloten de revalidatie zelf ter hand te nemen en bovendien 'plastische chirurgie'  toe te passen. Door middel van een kookplaat in de kombuis en andere warmtebronnen plus met de hulp van de toegesnelde machinist van de wacht in witte 'steriele' overall, werd de ingreep met succes uitgevoerd. Helaas had het dier er wat littekens aan overgehouden, maar ook die waren niet van blijvende aard. Snel werden de littekens met een penseel en hobbyverf weggewerkt en moesten de dieren maar gauw naar buiten, want per slot van rekening is een leeuw ook geen huisdier.

 

FUNNY THINGS

CAR SMASHES CUMULUS by 2nd mate Frank:

It was a summer evening. Like always we were berthed above the Maas tunnel at the Park kade, a public road in Rotterdam. I was on duty together with 2nd engineer William. We were watching tv with our wives in the drawing room on the upper deck. The watchman was sitting in his own room next to the deep sea winch. Suddenly we felt a drone in the ship. What could that be? William ran out downstairs to the engine room, guessing that something was going wrong. Of course, down there was one running engine for the electricity supply. I went to the deck, looked down and discovered that a car had come from the embankment around the corner and hit our ship at the corner of our berth. The driver had to turn 90 degrees to the left ('harder port') before he realised to do so. Drunk or not drunk, the man experienced great luck because our ship was lying there, otherwise he would have dived into the river Maas. Now he hit our ship and his bumper was stuck in a port-hole. The glass in the port-hole was damaged and the car stayed squeezed in this position. At first the driver wasn't seen around. There was a small police station in the tunnel building. This building provides the tunnel with fresh air. We informed the policemen and soon they investigated the area around. After one hour they located him in the park grounds. Indeed, too much alcohol. How to handle the collision? In the meantime we realised how funny this incident was. We got the idea to solve the problem by getting a damage form from the car and fill up, like normallly done after an incident between two cars. No sooner said than done and our part of the forms was sent to the shipping company. There they laughed their hearts out and for a long time it was the most funny story that had to be told and more or less William and me became 'immortal'. The picture above shows an other moment where the tide is higher and so are the port-holes.

Only three (!) days to India?

Rather funny was the misunderstanding that ass. eng. Peter Kroos experienced. The company appointed him to the Cumulus. He had never heard of  weather ships. Normally the company sailed to Central and South America. "Where is this ship bound for?" he asked at the office. "India", was the reply. Once on board Peter asked to a collegue: "How many days does it take to India?"  "Three days."  "..... Three days???....." 

Captain's parrot

The European meteorologists were lucky that the weather ships, lying under airways, also suffered spells of bad weather in their area, didn’t they. This part of the Atlantic Ocean is generally disturbed with depressions. Weather ships were an advanced post, especially with their weather balloons they launched. Captain Harm de Boer, fixed part of the ships interior, is aware about bad weather. Since 1957 he sailed as a 1st officer o/b the old Cumulus. When the new one came 1963 into service, he became the Master and he held on till May 20th 1978. Then he felt himself too old to hold on. Also his parrot, a grey-red-tailed signed off and retired with him. That bird always cried: “Goodness gracious!,” when the ship got a strong hit during storms. 

In the eye of a hurrycane

We experienced many hurricanes. One night we had severe gales and the barometer was going down rapidly. Even the trace got below the registration paper of the barograph, and was put out of service. After midnight weather became calm, dead still and the sea became as smooth as a small lake: the eye of the hurricane. We were drifting again and at 04.00 am I went off duty, together with the 2nd mate, the 3rd engineer and one meteo man.  Enjoying a refreshment in the cabin of one of us and after this get into your cradle, mostly at almost five. But about 4.30 we heard the wind increase again. The ship began to tilt, the glasses slid over the desk in the cabin and were caught professionally by us. The ship tilted further and further. The 1st mate on the bridge let it go on for a further 5 minutes and we had to catch and catch sliding objects. But then we felt the engine start. Within 15 minutes the wind became force 12 and even more. The waves tops were blown off completely and visibility became nearly zero due all the water flying about (spindrift). The captain forbid the crew to come outside and the met officers were not allowed to launch the balloon. They might be launched from the aft deck themselves instead of the balloon.

Locked up in my bed

Yet the Cumulus behaved splendidly in stormy weather and in hurricanes. Only the most forward cabins were not very popular in such an event. Even the captain had to sleep in an empty cabin amidships. On my very first day (1964) on this ship I was not aware of this and had chosen the most forward cabin, because it was quiet there. After a few days I discovered that - with heavy pitching ship - in storms you will be lifted up in your bed when going down and after that you fall back when the bow is rising quickly. The space between your back and the bed was at least 10 cm. Due to the rather small cabins, the bed is built behind the back of your couch.This back can be overturned. Turn over the back of your couch and you’ll have a bed. Moreover I did not realize that a key was meant to lock it, in order not to turn back in these circumstances. What happened? As I tried to get asleep, a pitch move of the ship to starboard turned over my bed and I found myself between the wall of my cabin and the magic back of the couch. I was locked in. Pushing with hands and knees, no results. There was nothing left but wait until the ship makes a heavy pitch to port again, in order to free myself on a friendly helpful wave. Thus takes always more time than getting locked up, but it worked. I had the idea of never being freed and as a XXX (man overboard) to stay there  the remaining part of the voyage. Since that event I used the key, even in fine weather.

And there was this 4th engineer, his first time on this ship, who didn’t know the combination of bed and couch. The first night he slept on his couch. The next day he said: “I couldn’t find my bed. I wouldn’t disturb people, so I slept on the couch.”  

Bottle message

In the sixties Metman Piet (Pete) Wittebol met his wife by means of dropping a bottle which contained a letter. It was in the vicinity of Ireland. An Irish girl let him know that she found it. They arranged an appointment in Ireland. There Piet fell in love with her girl friend. And so it happened. And: they still live happily together more than 40 years.

 

The escutcheon (heraldry) 

Je maintiendrai, the very old French watchword in the Dutch heraldry, meaning: I will maintain.

1975. A suffocatingly hot day. The Cumulus was berthed in Rotterdam. This day a person stepped on board on behalf of  the Ministry of Traffic, to deliver a package to the duty officer, 2nd mate Frank. The package wrapped in brown paper, contained a synthetic made Dutch escutcheon (government arms). The one with the two lions holding up a shield with the royal crown above it. Almost every government's vessel has to carry this escutcheon at the front of the bridge. But now it should be attached by some crew members. It was made by the Royal Navy in their own work-room. A lot of hand-made details were in this colourful creation. As there was no skilled crew on board in order to attach the escutcheon, it had to be postponed. To avoid damage the object was put upright against the back of a sofa in an empty cabin. Some sunny days passed, meanwhile creating a lot of heat in the cabin. On the planned 'attach' day we found out that one of the lions appeared to be unwell. Her tail was lying flat and the shield she was holding up together with her friend appeared to be too heavy for her as well. It was a pitiful sight. There was a dilemma. We decided to rehabilitate her by ourselves and give her a suitable plastic surgery. With a hotplate in the cook's galley and other sources of heat plus the assistance of the forward rushing engineer/surgeon in a white sterile overall, the surgery appeared to be a great succes. Unfortunately the poor animal still showed some scars, but even those were made almost invisible by gently brushing with hobby-paint. Then the beauties were ready to spend their lives outside at the bridge's frontside. Anyway, a lion is not a pet animal, isn't she.

Het ongeluk

Ziekte komt vrijwel nooit voor op een schip en ongevallen eigenlijk ook niet. Toch raakte meteo Bertus Augustijn gewond toen hij een mes uit zijn handen liet vallen, recht op zijn voet. Dat moest wel even vastgelegd worden:

Sickness hardly occurs on a ship and accidents either. Yet, meteo officer Bert got injured when a knife fell out of his hand and wounded his foot. This had to be filed as follows:

Het enige ongeval ooit aan boord. Meteo Bertus Augustijn liet een mes vallen dat in zijn voet bleef steken. Tweede stuurman Peter Teekens en meteo Jacob Kuiper ontfermen zich over het 'slachtoffer'. Bertus laat het zich met gesloten ogen welgevallen.    The only accident ever on board. Victim Met-man Bert is cared of by 2nd mate and met-man Jacob. Bert shows his sense for dramatics. 

Een ... twee ... hup! Naar het hospitaaltje. Chef meteo Dirk van der Grift kijkt 'bezorgd' toe.  Meteo-chief Dirk watches 'very' concerned.

Wat een luxe, Bertje!  Quite luxuoury, Bert!

Nog even dramatisch doen in het hospitaalbed. Bert acting dramatic in the hospital bed.

Is ie nou bewusteloos? Nee toch? Ja toch!! Is he unconscious?   He's not, isn't he?    Yes, he is!!

Even van dichtbij bekijken. Nou, dat valt toch best mee? Taking a closer look. Is that all that is?

Indrukwekkend! Wie is die vakkundige tekenaar? Very impressive. Who's the professional cartoonist?

 

NOG EEN ONGELUK    -     ANOTHER ACCIDENT 

Op een dag toen de postdropping net was geweest en we met een reddingboot de container met post uit het water hadden gehaald, brak een staaldraad van de sloepdavits. De boot was bijna binnengehaald terwijl het vliegtuig net bezig was naar huis terug te keren. Ik weet niet meer of er personen uit de boot in zee vielen, want dat had makkelijk gekund. Misschien dat iemand van de KNMI dit nog weet, dan hoor ik dat nog wel.     

One day, just after the maildrop. We picked up the mail container out of the water with a lifeboat. After that, the boat got almost hoisted into the davits, when the steelwire broke. I don't remember if some crew fell into the sea. It would be easy.

     

                       

 

                       

 

 

ELKE TWEE JAAR EEN DOKBEURT - EVERY TWO YEARS INTO DRYDOCK

Aangezien de bodem van de Cumulus  - later Salem - niet vlak genoeg is, moet ze in dok met boomstammen rechtop gehouden worden.

As the ships bottom isn't flat enough, the Cumulus - future Salem - has to be held up by means of tree stems.

 

Bij Niehuis & v.d. Berg, Eemhaven

 

 

BUITENLANDSE HAVENS  - FOREIGN PORT VISITS

Terwijl het niet de bedoeling was dat we in een buitenlandse haven kwamen, kon het toch gebeuren als een familierelatie thuis was overleden. In mijn periode aan boord waren we zes keer in Bergen (N) en driemaal op IJsland in Reykjavik. Het bemanningslid ging dan met het vliegtuig naar huis. Wij kregen een uur of vijf de gelegenheid de benen te strekken, waarna het weer tijd was te vertrekken. Eenmaal waren we drie dagen in Bergen, omdat de cardanische systeem van de KNMI-radarantenne defect was en nieuwe onderdelen moesten worden overgevlogen. We bezochten een zee-aquarium en gingen met het bergtreintje omhoog om de stad van boven te bekijken en een wandeling te maken. Stuurman Haalmeijer had toevallig een fiets bij zich en crosste als enige 'Noor' door de straatjes. Die fiets had hij onder water letterlijk aan de haak geslagen en aan boord opgeknapt.

As we were not meant to call foreign ports, it yet happened when a close relative passed away at home. During my time on board we were six times in Bergen (N) and three times in Reykjavik. The crew member flied home and we got a few hours to look around. Once we were a few days in Bergen because the cardanic system the meteo radar was unserviceable and new parts had to be delivered by plane. We visited the nearby mountain ridge by train. The second officer coincidentally used a bike which he found under water in Rotterdam.  On board he fixed the bike and one saw him paddling through the small streets in Bergen. He was the only 'Norwegian' on a bike. 

 

BERGEN

Drie dagen Bergen (N). Met de Fløi Banen omhoog. Paul Lekransy, Cees Smith. Ate Reitsma en Richard Rothe.

 

 

 

"... en verder nog es 10 kronen, omdat je op dat terras door dat tafeltje bent gezakt."  "... furthermore another 10 kronen because you went flat through that little table on that terrace ..."

 

 

 

 

En weer terug naar zee. Back to the Norwegian Sea.

 

REYKJAVIK:

De Cumulus in Reykjavik (3x) wegens ernstige ziekte, of overlijden van familie - 3 times at Reykjavik due embarking a crew member for serious reasons like sickness or passed away relatives at home.

 

Reykjavik

 

Op 21.1.75 ging de Cumulus uit de begroting van de RLD (Verkeer en Waterstaat) en werd ze door het KNMI overgenomen. Dat kwam doordat het aantal verbindingen met het vliegverkeer drastisch was gedaald in vergelijking met enige jaren ervoor. De navigatietechniek a/b van vliegtuigen was intussen sterk verbeterd. De luchtvaartmaatschappijen hadden er geen behoefte meer aan om voor de ocean station vessels te betalen. De noodfrequentues 121.5 en 243 MHZ bleven wel standby. Vanaf toen waren er drie R/O's en de R/O-technicus. De overdracht van RLD naar KNMI werd officieel aan de Parkkade gedaan door Staatssecretaris Van Hulten van V&W. De thuishaven 's-Gravenhage werd veranderd in De Bilt en dus ook op het achterschip. Wie er nog meer aanwezig waren is mij niet bekend; ik wist nergens van en was niet uitgenodigd. Het moet dan wel een exclusief feestje zijn geweest.

On the 21st of January 1975 Cumulus was taken out the financial budget of the Dutch Civil Aeronautical Service and was taken over by the Dutch Met Office. The cause of this was that the amount of contacts with aircraft fell drastically compared to some years before. Navigation techniques o/b aircraft had been improved strongly in the meantime. Airline companies did not need us anymore and were not willing to pay for the service anymore, but the emergency freqs 121,5 and 243 stayed available. Since, we had only 3 operators and the opr/technician.

Op 6 juni 1980 was er aan boord een bijzondere vergadering van de Provinciale Staten van Zuid-Holland, waarbij ook een delegatie van de Tweede Kamer was uitgenodigd. De voorzitter was D66'er Laurens Jan Brinkhorst en uit de TK kwamen Erica Terpstra (VVD), Wijnie Jabaay (PVDA) en De Gaay Fortman sr.  (pappagaai) e.v.a. We vertrokken naar zee. De 'vergadering' duurde niet lang, want de verleiding het schip van binnen en van buiten te bekijken werd te groot; dus sloot Brinkhorst de meeting en gaf iedereen de vrijheid zich over het schip te begeven, in het zonnetje te zitten en aan de rondleidingen deel te nemen. Namens de meteo waren er chef meteo Ben van den Berg en ons zeemeisje Gerie van der Linden. Natuurlijk moest er een weerballon worden gevuld en opgelaten. Erica Terpstra was de gelukkige om de ballon onder grote belangstelling te lanceren. Zo'n ding trekt nogal aan je en dus was Erica de ideale persoon om hem in bedwang te houden. De brug werd bemand door o.a. kapt. Jan Bos. De machinekamer werd bemand door 2e wtk Willem Gisius, de kombuis door kokkie Brouwer en de radio door ondergetekende. De hooggeachte bezoekers hadden echter allen wel eens de zee, een stuurwiel, een keuken en een motor gezien. Maar, beste lezer, u begrijpt het al: de mysterieuze stroom morsetekens uit de ontvangers en het zenden met de seinsleutel dwongen zeer veel bewondering af en maakten een diepe en eerbiedige indruk. Ik had niet anders verwacht, ja toch?! Bovendien maakte ik veel indruk op een vrouwelijk Tweede Kamerlid:

Zeg ik tegen de kapitein: Man spring nou maar in de reddingboot, dan regel ik het SOS hier alleen wel. "So I said to the captain: My friend, you jump into the lifeboat and I manage the SOS myself."

 

In 1981 werd bekend dat de Cumulus TOR (telex over radio) zou krijgen en bovendien t.z.t. niet meer voor het KNMI zou kunnen blijven varen, vanwege andere investeringen; aldus kozen we voor de luchtverkeersleiding op Schiphol. De technicus-R/O bleef aan boord, samen met de nieuwe Radio-Holland-R/O's o.a. Jan Griffioen, Piet de Visser, Joustra, Peter Denters en Jan Jordens. De laatste twee hadden overigens al eens eerder met plezier en invalsreis op de PBVQ gemaakt. Arie van de Ruit en ik werden overgeplaatst naar de luchtverkeersleiding Schiphol, waar we nog 17 jaar werkten en vervolgens vanaf ons 59e tot ons 62e (VUT) met 80% van het salaris in dienst bleven voor de pensioenopbouw. Wij waren toen 'adviseur' en hoefden niet op het werk te verschijnen.

Radiostation Cumulus na 1981. Nu ook met Telex Over Radio (TOR) op de tafel rechts:

Artikel in Alfa Bravo, het personeelsblad van Scheveningen Radio, 1986.

 

Uit  De Oud-Rotterdammer van 15 nov. 2011:

Na een zware reis wachtte De Ballentent

 Nostalgische herinnering van Cees van Yperen, ketelbink Cirrus.

Bij tijd en wijle heb ik nostalgische herinneringen aan de haven van Rotterdam, zeker als ik over de Parkkade wandel langs De Ballentent, toentertijd Café Maaszicht. Ik zie dan in gedachten de kustvaarders en zeesleepboten afgemeerd liggen, met aan het eind van de kade bij het tunnelgebouw de weerschepen Cirrus en Cumulus, eigendom van de Rijksluchtvaartdienst, die bemand werden door rederij Nievelt-Goudriaan &b Co gevestigd aan de Veerhaven. Ik ga dan op een bankje zitten en laat de gebeurtenissen van weleer de revue passeren.

Ik heb als zestienjarige jongen een paar reizen gevaren op de Cirrus, die als weerstation op zee functioneerde.Meestal was het ruim drie weken op station liggen in een vak van 100 x 100 zeemijlen ergens op de Atlantische Oceaan of tussen IJsland en Groenland en vervolgens na thuiskomst weer tien dagen aan de Parkkade. Het schip was een voormalig korvet uit de Tweede Wereldoorlog. Voor mij leek het een gepensioneerde zeeheld, die allerlei zeeslagen achter de rug had en nu een rustig leventje leidde door een beetje op het weer te letten. Volgens mij moeten destijds veel Rotterdammers op deze schepen hebben gevaren. Voor mijn eerste reis monsterde ik aan op 28 december 1951, vlak voor het vertrek, als algemene dienst, voor een reis naar de Atlantische Oceaan om een Frans weerschip af te lossen. Het weer was niet al te best; er stond een behoorlijke zuidwesten wind die aanwakkerde tot een storm. We stoomden door het Nauw van Calais toen er een SOS-bericht binnen kwam van een schip in nood aan de zuidkust van Engeland. Het schip bleek de Flying Enterprise te zijn, die ook is gezonken. Uit hoofde van mijn functie als algemene dienst moest ik toen in de kombuis de kok bijstaan. Het slingerende schip bemoeilijkte het koken; er werden dan ook slingerlatten op de fornuizen geplaatst om het wegglijden van de pannen te voorkomen. 

Zuigerstangen

Ik denk wel eens dat de stuurlieden, meteorologen en marconisten boven geen flauw benul hadden wat voor moeilijkheden beneden in de kombuis ontstonden als het schip te keer ging. Je moest met kunst en vliegwerk en allerlei handgrepen je ergens aan vasthouden zonder je fikken te branden. E in de machinekamer stonden twee stoommachines met enorme op en neer gaande zuigerstangen met draaiende krukassen, die de olieman toegewijd met zijn oliespuitje smeerde door zich tussen de zuigerstangen te begeven, die als reusachtige monsters voor en achter hem op en neer stampten. In mijn ogen was het een hele opgave om dat er met slecht weer levend vanaf te brengen. Het aflossen van het Franse weerschip gebeurde in vliegend weer. Het was een spectaculair gezicht zoals die twee schepen vlak bij elkaar deinden om de post via een schietlijn in een container over te geven. Na vier weken meerden we weer af aan de Parkkade. Vervolgens was het vaste prik om na het afmonsteren van zo'n hectische reis met een stelletje maten, even naar De Ballentent te gaan voor een thuiskomstdrankje in een sfeer zonder bombarie en kapsones. In de tien dagen dat de Cirrus aan de kade lag, werd het schip dagelijks door de bemanning onderhouden. Ze hadden een uur schafttijd die overwegend in De Ballentent werd doorgebracht om te kaarten en een biertje met een balletje gehakt te consumeren, liefst met wat mosterd en een augurk erbij. Af en toe liep het volkomen uit de hand, doordat er altijd lieden waren, die geen maat konden houden . Ze lieten het niet bij één biertje en werden vervolgens totaal onbekwaam tot frustratie van de bootsman en de hofmeester, die hen tierend en vloekend terug aan boord probeerden te krijgen. Het café is in de loop der jaren gelukkig weinig veranderd wat uitstraling en meubilair betreft, alleen de pluche kleedjes op de tafeltjes mis ik. Nu en dan stap ik wel eens binnen en kijk dan terloops naar de ouwe, door het leven geteisterde, gerimpelde koppen die aan de bar zitten, gebrild of kaal, in de vage hoop daartussen een bekende te vinden, maar de trefkans wordt in de loop van de tijd toch steeds kleiner. Eigenlijk jammer dat dit soort cafés steeds zeldzamer wordt.

Cees van Yperen c.yperen1@chello.nl 

 

 

Reactie in De Oud-Rotterdammer op Cees van Yperen door Cirrus-stuurman Henk Conijn (29 nov. 2011):

DE CIRRUS

Mijn hart ging helemaal open toen ik de foto van de Cirrus zag in het schitterende artikel van Cees van Yperen in De Oud-Rotterdammer van dinsdag 15 november. De Cirrus was het laatste schip in mijn  zeemansloopbaan. Ik heb op dit schip als tweede stuurman gevaren en wel van oktober 1967 tot mei 1968. Het bijzondere van dit schip was dat er acht meteorologen van het KNMI aan boord waren en zeven radiotelegrafisten. Elke zes uur werd een weerballon opgelaten. Dat heb ik gefilmd. En ook het leven aan boord. De bedoeling was dat ik tijdens mijn verlof met een Neptune van de Koninklijke Marine mee zou vliegen om de postbezorging vanuit de lucht te filmen. Mijn  volgeschoten filmpjes heb ik, zoals toen gebruikelijk, i ingestuurd aan Agfa-Gevaert. Zijn nooit teruggekomen. Correspondentie met Agfa-Gevaert leerde mij dat ze daar duizenden filmpjes hadden, waarvan ze de bestemming kwijt waren. Door het grote aantal mensen aan boord, die 's avonds vrij waren, werd de grote messroom in de avonduren veranderd in een bridgeclub. Ik heb daar bridgen geleerd. Ik vind het wel jammer dat ik mij veel namen  van collega's niet meer kan herinneren. De kapitein heette Frederiks. Die was, zover ik mij kan herinneren, elke reis aan boord. De eerste stuurman heette Labrujere. De kok was Tom van Poelje. Het zou leuk zijn als er wat reacties kwamen van mensen die ook in die periode op de Cirrus hebben gezeten. Eén man herinner ik mij erg goed en dat was de derde werktuigkundige Oostra. Hij had een stem als een grote kerkklok. Een prachtige bas. Hij was een man, die precies paste tussen de 'armen en benen' van de twee Triple-Expansiemachines, die in de machinekamer stonden om het schip voort te stuwen. Overigens is het een bijzondere ervaring als je altijd op motorschepen hebt gevaren en dan op een stoomschip komt. Op een motorschip kun je, door het geluid van de motor, echt niet horen wat er in de hut naast de jouwe wordt gezegd. Op een stoomschip kun je horen hoe ze drie hutten verder over de wereldeconomie denken. Ja, de Cirrus, een heel apart schip. Voortgekomen uit de Amerikaanse oorlogsvloot. Ze heeft onder de naam US Abilene meegevaren in enkele zogenaamde 'Moermanskkonvooien' in de Tweede Wereldoorlog. Maar het was geen korvet, het was een fregat.

Henk Conijn, Middelburg. hmconijn@zeelandnet.nl 

De Oud-Rotterdammer is een zeer populaire veertiendaagse nostalgische krant waarin de lezer zijn herinneringen over oud-Rotterdam kwijt kan. Voorts artikelen over schepen, de oude havens en de oude stad. Ook het zoeken naar bekenden van vroeger en oproepjes voor reünies e.d. vinden daar hun plek. De krant wordt in winkelcentra verspreid in het hele Rijnmondgebied. Je kunt er ook een abonnement op krijgen, zoals 'emigranten' die ver daarbuiten wonen.

 

Cumulus verkocht en herbouwd naar "SALEM"  - Cumulus sold and rebuilt into "SALEM"

M.Y. SALEM -  Barcelona, juni 2000 (Foto captain Peo Stenberg)

In juni ’96 werd de Cumulus door Nederland teruggenomen en te koop aangeboden, waarna verkocht aan een Saudi. Het schip vertrok in 1997 naar Devonport Royal Dockyard bij Plymouth, alwaar zij werd verbouwd tot luxe privé superjacht met een compleet nieuwe opbouw (1998). Het schip is thans varende onder de naam Salem / ZDDP3 (Gibraltarvlag). Van de werf ontving ik de foto's en een pr-film over de verbouw. Mijnerzijds heb ik de projectmanager de tv-docu toegestuurd die tijdens de reis aan boord verslag doet over de taken van de Cumulus en de Cirrus. Van de kapitein van de Salem, een Zweed, ontving ik een uitnodiging het schip in Palma de Mallorca te komen bekijken als er geen gasten zijn. Ook hem stuurde ik een historisch overzicht over de organisatie van de weerschepen. Juni 2007 tot juni 2008 was het schip te koop voor 19.750.000 dollar. Reden: er is te weinig mee gevaren. Maar de eigenaar wil het schip toch maar houden.

June 1996 the Cumulus was taken back to The Netherlands, set for sale. She was sold to a Saudi person. Cumulus departed to Devonport Royal Dockyard near Plymouth, where she was converted to a luxury private superyacht with a complete new superstructure (1998). The ship is now named Salem / ZDDP3 (Gibraltar flag). However, in June 2007 the ship had been set for sale. June 2008 the owner decided to take Salem off market and keep her. 

De opbouw van de Salem heeft een dek meer en de inrichting is paleisachtig met ladies en gentlemen's dek. Er is zelfs een lift van het A1-dek t/m het D-dek. Het zonnedek kan geschikt worden gemaakt voor een heli. Het schip is nu 73 meter, doordat de boeg twee meter langer is en sierlijker en is voorzien van een 300 pk boegschroef. Er staat een nieuwe MAN 3996 pk motor in (was Stork 1400 pk) en de schroef is vervangen door een verstelbare. De maximumsnelheid is nu 16 knopen. De vaste bemanning: gezagvoerder, 1e officier, een bootsman gekwalificeerd als OOW (officer of watch?), en zes matrozen. Voor de machinekamer zijn er de chief engineer, de 2nd, een elektricien, een ass. elek/monteur en een monteur. De vaste civiele staf omvat een purser, een crew cook en twee stewards. Deze staf kan worden uitgebreid met 30 personen als de eigenaar en zijn gasten aan boord vertoeven. Nou, als dit geen Saudi prins is weet ik het niet meer.

As mentioned in a brochure, the superstructure of the Salem consists of one deck more than the Cumulus had, and the interior is like a palace with a ladies and a gentlemen’s deck. There is even an elevator from the A1 deck to the D deck. The sundeck can be made suitable for a helicopter. The ship has a length of 73 meters now, because the bow has been extended two meters and looks more elegant.The bow contains a 300 hp bow screw. There is a new MAN 3996 hp engine (was Stork 1400 hp) and the screw has been replaced by an adjustable one. The maximum speed is 16 knots. The permanent crew: master, 1st officer, a boatswain is a qualified OOW. There are 6 sailors. Engine room: chef eng., 2nd Eng., an electrician, assistant elec/mechanic and a mechanic. The permanent civil staff: a purser, a crew cook and two stewards. This staff may be extended with 30 persons if the owner and his guests stay on board. 

Het schip is 'based' in de Westelijke Middellandse Zee (Palma de Mallorca). De eigenaar heeft al grote jachten, maar om zijn gehele familie aan boord te kunnen onderbrengen was de "Salem" nodig.

Ik en en vele ex collega's, o.a. van het KNMI zijn er uiteraard trots op dat de Cumulus niet werd gesloopt. Wij wensen het schip nog een lang leven toe.

The ship is based in the Western Mediterranean (Palma de Mallorca). Naturally, me and many colleagues are very proud, because Cumulus was not demolished. When she celebrated her 40th birthday in 2003, I sent best wishes to her owners office in London, but if he in fact received, I don't know. The owner is a very private person. We wish Salem smooth sailing, a happy and long life.

More about British ows: http://blog.rushencastle.co.uk/blog/Index and http://blog.rushencastle.co.uk/blog/TheShip/WeatherSurveyor with stories by crew members of the MetO Howard Cox and Mik Cas.

 

 

Devonport werf. Vóór het verbouwen tot het superjacht Salem wordt de Cumulus ontdaan van de opbouw - Before the conversion to superyacht, Cumulus' superstructure has been removed.



A Summary of Motor Yacht SALEM

(copied from website CharterWorld)

The motor yacht SALEM is a 73 m 241 (foot) impressive steel ship which was produced from the keel up at Nv Scheepswerf Gebr Van Der Werf and conceived from the design board of Van Der Werf and Devonport. Sleeping 48 passengers and 18 crew members, motor yacht SALEM was formerly 296 Cumulus. The naval architect who actualised this yacht's design details in respect of this ship is Van Der Werf and Devonport. The interior design is the work of Devonport.

Salem was originally built as an ocean weather ship quite appropriately called M/V Cumulus. She was then converted to a private yacht in 1998, at the English Devonport shipyard. The work here included fitting her with a highly luxurious interior and on the engineering side, replacing her engines, generators, air-conditioning, and stabilizers.

The New Build & Designing of Luxury Yacht SALEM

Van Der Werf was the naval architect firm involved in the formal vessel composition for SALEM. Her interior design was realised by Devonport. Van Der Werf and Devonport is also associated with the yacht general design work for this boat. Built at NV Scheepswerf Gebr Van Der Werf the yacht was fabricated in the Netherlands. She was officially launched in Deest in 1963 before being handed over to the owner. Her main hull was built out of steel. The motor yacht superstructure component is fabricated mostly using steel. With a beam of 12.83 m or 42.1 feet SALEM has beamy interior. A reasonably deep draught of 4.57m (15ft) limits the amount of certain harbours she can berth in, depending on their individual depth. She had refit maintenance and modification carried out in 2008.

The Max/Min Speed And Engines For M/Y SALEM:

Powered by a single MAN / B&W ALPHA diesel engines, SALEM is able to reach a maximum speed of 17 knots. For propulsion SALEM has twin screw propellers. She also has an economical range of 10000 miles whilst motoring at her cruising speed of 15 knots. Her total HP is 3996 HP and her total Kilowatts are 2940. With respect to thrusters she was fitted with Kort. As for the yacht’s stabalisers she utilises Koopnautic.

The Accommodation Provided by Superyacht SALEM:

The impressive luxury yacht motor yacht SALEM is able to sleep up to 48 people in addition to 18 qualified crew.

A List of the Specifications of the SALEM:

Superyacht Name: Motor Yacht SALEM Ex: 296 Cumulus - Built By: NV Scheepswerf Gebr. van der Werf - Built in: Deest, The Netherlands - Launched in: 1963 - Refitted in: 2008 - Length Overall: 73.46 metres / 241 feet - Waterline Length: 63.4 (208 ft)

Naval Architecture: Van Der Werf and Devonport, Van Der Werf - Designers Involved in Yacht Design: Devonport - Interior Designers: Devonport - Gross Tonnes: 1974 - Nett Tonnes: 357 - Displacement: 1985 - Hull / Superstructure Construction Material: steel / steel - Owner of SALEM: - Cost To Build: - SALEM available for luxury yacht charters: - Is the yacht for sale: - Helicopter Landing Pad: No - Swimming Pool: - Jacuzzi Spa: - Material Used For Deck: hardwood

The Country: the Yacht is flagged in Gibraltar - The official registry port is Gibraltar and her home port is Palma - Class society used: BV (Bureau Veritas) - Completed survey under Maritime & Coastguard Agency (MCA) Large Yacht Code: Yes - Max yacht charter guests 48 - Guest’s cabins: - Guests Cabin configuration: - Maximum Number of Guests Whilst Underway: - Number of Crew Members: 18

The propulsion comes from one 3996 Horse Power / 2940 Kilowatts MAN / B&w Alpha. The Model type is 12V 28/32A diesel. - Giving the combined power of 3996 HP /2940 KW. - Approximate Cruise Speed is 15 nautical miles per hour. - Top Speed: 17 nautical miles per hour. - Approximate range: 10000 at a speed of 10 knots. - Bunkering capacity: 223500 L. - Water: unknown. - Generators: Man B&w 1 times 400 kilowatts, G&m 1 times 400 kilowatts, 1 times 160 kilowatts, Kromh. - Cruised the areas of: Palma. Spain. Illes Balears. Balearic Islands. - Stabalisers: Koopnautic. - Thrusters: Kort. - A/C: Carrier. - Yacht Beam: 12.83m/42.1ft. - Waterline Length (LWL): 63.4m/208ft. - Draught Maximum: 4.57m/15ft.

Further Information On The Yacht

SALEM has navigated the waters including Isles Balears. The yacht was supplied with Carrier air con. Her deck material is predominantly a hardwood deck.

Yacht Page Disclaimer:

The luxury yacht SALEM displayed on this page is merely informational and she is not necessarily available for yacht charter or for sale, nor is she represented or marketed in anyway by CharterWorld. This web page and the superyacht information contained herein is not contractual. All yacht specifications and informations are displayed in good faith but CharterWorld does not warrant or assume any legal liability or responsibility for the current accuracy, completeness, validity, or usefulness of any superyacht information and/or images displayed. All boat information is subject to change without prior notice and may not be current.

sofar CharterWorld info. 

Cumulus / Salem celebrates her 50th birthday April 9th 2013. 

 

Foto captain Peo Stenberg (2007)

 

De Cumulus gereed na verbouwing tot superjacht Salem. Cumulus ready after being converted to Salem.

 

SALEM, Palma de Mallorca

                                        

 

Goodbye Cumulus, the crew will miss you. Wish you a happy life as Salem.

 

   De bouw van het Cumulus volmodel  -  The building of the complete Cumulus model

                               

  

 

     

    

    

  

 

   

 

  

 

        

 

     

 

  

    

 

 

   

WHO'S NEXT:  "SALEM" ?

 

 

 

   

De stations B C en D waren Amerikaanse schepen.

 

DE OUDE GARDE MARCONISTEN JAREN 50 en 60

Oldtimer radio-officers from the fifties and sixties

Marconist/radio-off. Cumulus (1966-1968) Cees de Brouwer en wife. 

Schrijft 22 mrt 2006: 

Hoi Jan, van Ronald Teesselink je site gekregen en heb deze met veel bewondering gelezen en bekeken. Na ss Zuiderkruis, (emigrantenschip) en 5-1/2 jaar zeesleepvaart in begin 1966 op de Cumulus terechtgekomen en er 11 reizen op gemaakt onder chef Visser, samen met Jan Severijnen, Cees v. Culenborg, Ronald Teesselink, Boscher, Hofman en Remy v.d. Sande. Slechts één minpuntje in je hoofdstuk Scheveningen Radio en dat is, dat jullie toch Wijsmuller voortrokken haha, maar ik heb ze ook wel eens een job afgetroefd, nb. nog wel mijn eerste zelfgemaakte job bij L. Smit & Co. Heel veel succes met je site. Ik heb er van genoten. 73's Cees

Ronald Teesselink, Cumulus 1963 - 1970. Next pic 45 years later:

Onze radiotelegrafisten Ronald Teesselink, thans zendamateur PA3CWG (l) en Jan Severijnen (r) zijn na ruim 45 jaar, nog altijd Cirrus-  en Cumulus- fan. - Our former radio operators Ronald, PA3CWG and Jan are still fan of 'their' Cirrus and Cumulus after 45 years.

  

 

1963-1970 marconist Cumulus Cees van Culenborg, ex Kon. Marine-telegrafist. 1970 ass. verkeersleider Zestienhoven.

 

 

Foto 2008.    1963-1970 radio-off. Cumulus Willem Kraal en wife. Ex-Radio-Holland. Vanaf 1970 Luchtverkeersleiding Schiphol, chief Tower/Approach.

 

 

 

Chef-radiotelegrafist Visser uit Santpoort op de oude Cumulus/PBVD, of Cirrus? 1963-1970 chef radio nieuwe Cumulus.

 

Artikel in Alfa Bravo, het personeelsblad van Scheveningen Radio (1985) radio-off. Cumulus Teun Kaagman:

Collega Teun zat op de Cumulus van 1964 tot 1968. Hij is in 2011 overleden.

 

 

 

Marconist Jan van Veen op de Cirrus, of oude Cumulus. 1964-1992 luchtverkeersleider ACC Schiphol.

Radio-officer Jan van Veen o/b Cirrus or old Cumulus. 1964-1992 air traffic controller ACC Schiphol airport.

 

 

Marconist (wie?) op de Cirrus of oude Cumulus.

 

Zenderruimte op de oude Cumulus of Cirrus.

Marconist Cumulus Hofman. Weet iemand waar hij is?

Oude Cumulus 1954:

 

Omhoog: ctrl/home

Back to the beginning: ctrl/home

janfernhout@online.nl  many thanks to all readers